Uitspraken

  • 22-31 RvT Amsterdam

    22-31 RvT Amsterdam   Informatie aan niet-opdrachtgever. Vragenlijst. Verborgen gebreken. Klagers hebben een woning gekocht. Deze blijkt na levering een aantal gebreken te bevatten. Volgens klagers stonden deze niet op de door de verkoper ingevulde vragenlijst. Beklaagden waren betrokken als verkopend makelaar. Zij hebben de verkoper bijgestaan bij het invullen van die vragenlijst. Klagers komen er via de huurster die in de woning heeft gewoond achter dat een aantal gebreken bekend waren die niet genoemd werden op de vragenlijst. Zij verwijten beklaagden dat zij er niet op hebben toegezien dat de juiste informatie op de vragenlijst was ingevuld. De Raad acht de klacht gegrond.   Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   RvT 27/21

    Lees meer
  • 22-30 RvT Noord

    22-30 RvT Noord   Optie en bod. Informatie biedingsprocedure. Klagers verwijten de verkopend makelaar dat deze tijdens het biedingsproces biedingsinformatie heeft verstrekt aan een andere gegadigde, als gevolg waarvan zij hun bod hebben moeten verhogen en onnodig veel betaald zouden hebben voor de woning. Zij stellen dat beklaagde, door aan de andere gegadigde aan te geven dat het gat tussen de biedingen een gemiddeld jaarsalaris was, biedingsinformatie heeft verstrekt. Naar het oordeel van de Raad betreft dit geen specifieke biedingsinformatie waarmee een gegadigde zou weten wat hij zou moeten bieden om alsnog de woning te kunnen kopen. De klacht is naar het oordeel van de Raad ongegrond.     NVM Noord 102                      

    Lees meer
  • 22-29 RvT Amsterdam

    22-29 RvT Amsterdam   Belangenverstrengeling. Informatie aan niet-opdrachtgever. Beklaagde 1 betreft een makelaarskantoor. Beklaagde 2 is als makelaar werkzaam bij dit kantoor. Het kantoor krijgt opdracht van een erfgenaam om een woning te verkopen. Deze erfgenaam is ook benoemd tot executeur-testamentair. Dit wordt een lang traject, waarbij ervoor gekozen wordt een bestemmingsplanwijziging aan te vragen en het perceel te splitsen. Een deel wordt verkocht aan een familielid van een andere makelaar werkzaam bij beklaagde 1. Uiteindelijk wordt klager via een procedure door de rechtbank benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap. In die rol dient hij een klacht in jegens beklaagden. Hij verwijt hen onder andere dat er sprake is geweest van belangenverstrengeling nu zij een woning verkocht hebben aan de broer van een collega werkzaam bij beklaagde 1. Voorts verwijt klager beklaagden dat zij zich - via hun kantoor - bemoeid hebben met een rechtszaak tussen klager en een andere koper. Deze twee klachten worden gegrond verklaard. Een aantal andere klachten worden ongegrond verklaard. Aan beklaagde 1 wordt als straf een berisping opgelegd.   Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   RvT 18/21 RvT 19/21

    Lees meer
  • 22-28 CRvT

    22-28 CRvT   Klacht niet opdrachtgever. Staat van gehuurde bij oplevering. De Makelaar is ingeschakeld door een huurder om voor een deel van het door die huurder gehuurde bedrijfspand een nieuwe (onder)huurder te vinden. Klaagster meldt zich als geïnteresseerde. Daarbij komt ter sprake dat Klaagster het gehele pand wel zou willen huren. Hiertoe dienen afspraken te worden met gemaakt met de eigenaar/verhuurder en een zittende onderhuurder. Uiteindelijk komt de huurovereenkomst met Klaagster tot stand. Na ingebruikname blijkt het pand niet geschikt voor het door Klaagster beoogde gebruikt. Er zijn verbouwingswerkzaamheden nodig. In deze procedure dient Klaagster twee klachten in jegens de Makelaar. De Makelaar wordt verweten dat hij niet duidelijk is geweest over voor wie hij werkte. Daarnaast wordt de Makelaar verweten dat hij selectief informatie gedeeld heeft met Klaagster. De Centrale Raad komt tot de conclusie dat voldoende duidelijk is geweest dat de Makelaar alleen voor de voormalige huurder heeft opgetreden. De klacht worden ongegrond verklaard. Ook de klacht omtrent het selectief verstrekken van informatie wordt ongegrond verklaard. CR 22/2751

    Lees meer
  • 22-27 CRvT

    22-27 CRvT   Beweerdelijke onvoldoende belangenbehartiging bij verkoop. Informatie aan niet-opdrachtgever. Verlenging termijn financieringsvoorbehoud. Klaagster in eerste aanleg is een Stichting. Zij had een pand in de verkoop bij beklaagde in eerste aanleg. Op enig moment waren er twee gegadigden. Het Makelaarskantoor heeft de Stichting geadviseerd het bod van de eerste gegadigde te accepteren. De verwachting was dat de overdracht aan deze gegadigde sneller kon plaatsvinden. Uiteindelijk wordt een koopovereenkomst gesloten. Op enig moment wordt de termijn van het financieringsvoorbehoud verlengd. Ondertussen blijft bij de Stichting ook de tweede gegadigde in beeld. Omdat de verkoop aan de eerste gegadigde langer duurt vindt de Stichting dat onderzocht had moeten worden op de tweede gegadigde niet alsnog het pand kan kopen. Volgens de Stichting heeft de tweede gegadigde ook contact gezocht met het Makelaarskantoor. Het Makelaarskantoor ontkent dit. In dit hoger beroep komt de Centrale Raad tot het oordeel dat het Makelaarskantoor niet verwijtbaar heeft gehandeld. De Stichting is voldoende geinformeerd over de keuzes die gemaakt zijn in het verkoopproces. De klacht wordt ongegrond verklaard.   CR 22/2754

    Lees meer
  • 22-26 CRvT

    22-26 CRvT   Lidmaatschapszaak. Eigen belang. Risicodragende projectontwikkeling. Regel 6 van de Erecode. De Makelaar is betrokken bij de herontwikkeling van een gebied. Namens een aantal eigenaren voert hij overleg met de betrokken gemeente. Eén van de eigenaren vraagt de Makelaar hem ook persoonlijk te adviseren. Uiteindelijk leidt dit ertoe dat de Makelaar via een door hem opgerichte vennootschap het perceel van de betreffende eigenaar koopt. Het doel is om op dit perceel 10 nieuwbouwwoningen te realiseren. Daarvoor schakelt de Makelaar een projectontwikkelaar in. De betreffende eigenaar kan één van de betrokken kavels terugkopen. Voordat de kans zich voordoet een kavel terug te kopen, overlijdt de betreffende eigenaar. De Erven eisen vervolgens dat de verkoop wordt teruggedraaid. Uiteindelijk verkoopt de vennootschap van De Makelaar het perceel weer geheel terug aan de Erven. In deze zaak gaat het om de vraag of de Makelaar op deze wijze had mogen handelen. De Centrale Raad komt tot de conclusie dat er sprake is van een schending van regel 6 van de Erecode nu is komen vast te staan dat de Makelaar een ontoelaatbaar belang bij onroerend goed heeft gehad. Ook wordt schending van regel 1 van de Erecode aangenomen. De Centrale Raad legt aan de Makelaar een voorwaardelijke schorsing en een geldboete op. CR 22/2748

    Lees meer
  • 22-25 CRvT

    22-25 CRvT   Informatie aan opdrachtgever. Onjuiste woonoppervlakte. Beklaagde treedt op als aankoopmakelaar voor klager. Tijdens het aankoopproces komt beklaagde tot de conclusie dat de opgegeven oppervlakte van de beoogde woning niet klopt. Beklaagde bespreekt dit met de verkoopmakelaar en met klager. Uiteindelijk wordt na onderhandeling de woning alsnog gekocht. Een paar jaar later wil klager de woning weer verkopen. Er wordt opnieuw gemeten. Uit deze meting komt een lager oppervlakte. De woning wordt lager getaxeerd en klager verkoopt de woning met verlies. Hierop spreekt hij beklaagde aan. Volgens klager heeft beklaagde hem onjuist en onvoldoende geadviseerd. De Centrale Raad wijst deze klachten af. Volgens de Centrale Raad is klager voldoende geïnformeerd en heeft hij zelf het risico genomen door een hoge prijs voor de woning te betalen. Een separate klacht over het verstrekken van vertrouwelijke informatie aan een betrokken taxateur wordt wel gegrond verklaard. Beklaagde krijgt als straf een berisping. CR 22/2744

    Lees meer
  • 22-24 RvT Amsterdam

    22-24 RvT Amsterdam   Klacht tegen collega-lid. Onjuiste informatie. In deze zaak wordt een klacht ingediend tegen beklaagde in zijn rol van voorzitter van Makelaarsvereniging Amsterdam. Vanuit deze vereniging is een brandbrief ondertekend waarin klager genoemd wordt. Klager vindt dat hij in deze brief ten onrechte in een kwaad daglicht wordt gezet. Om die reden dient hij deze klacht in jegens beklaagde. Beklaagde dient op zijn beurt een klacht in jegens klager. Klager zou de zaak geëscaleerd hebben door een geluidsopname te maken van een ledenvergadering en deze met derden te delen. Ook zou klager bewust de media hebben gezocht. De Raad oordeelt de klacht tegen beklaagde in zijn rol als voorzitter van de MVA gegrond. De klacht van beklaagde tegen klager wordt echter ook gegrond verklaard. Beide partijen krijgen als straf een berisping.   Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   RvT 10/21 RvT 20/21

    Lees meer
  • 22-23 RvT West

    22-23 RvT West             Ref:  21/04           Beweerdelijk onjuiste vraag- en laatprijs geadviseerd. Beweerdelijk niet-nakomen van adviezen en afspraken. Invloed van kosten herstel achterstallig onderhoud op vraag- en laatprijs             In het kader van een echtscheiding dient de woning van klaagster en haar ex-echtgenoot te worden verkocht. Bij vonnis van de rechtbank, later bekrachtigd door het gerechtshof, dient voor de verkoop een makelaar te worden ingeschakeld. Dat wordt beklaagde. Deze adviseert om eerst een bouwtechnische keuring te laten uitvoeren en de tuin te laten opknappen. Daarop reageert de echtgenoot dat hij geen enkele opdracht aan de makelaar heeft verstrekt. Vervolgens wordt de echtgenote (klaagster) bij kort gedingvonnis veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan een verkoop waarbij zij de adviezen van de makelaar dient op te volgen. Daarop ondertekenen klaagster en haar ex-echtgenoot de verkoopopdracht. De makelaar adviseert een vraagprijs van € 800.000. Klaagster is het daarmee niet eens en denkt dat de woning meer dan € 1 miljoen waard is. Daarop geeft de makelaar de verkoopopdracht wegens gebrek aan vertrouwen terug. Bij kort gedingvonnis van enige tijd later wordt de ex-echtgenoot van klaagster gemachtigd de woning te verkopen. Op de vraagprijs van € 800.000 komen twee biedingen binnen waarvan een op het bedrag van de vraagprijs hetgeen de man accepteert.           De raad constateert dat dit laatste een bevestiging inhoudt van de juistheid van het advies van de makelaar over de opbrengst. Dat de makelaar haar afspraken niet nakwam, blijkt nergens uit. Anders dan klaagster meent zijn het niet alleen de kosten voor herstel van achterstallig onderhoud die invloed hebben op het bepalen van de vraag- en laatprijs. Kopers laten zich ook leiden door de kosten van het naar hun smaak aanpassen en up to date maken van een woning.

    Lees meer
  • 22-22 RvT Zuid

    22-22 RvT Zuid   Beweerdelijk onjuiste informatie over woonfunctie van woning. Beweerdelijk onvoldoende klachtafhandeling. Klagers hadden een overeenkomst met het kantoor van beklaagde voor de verkoop hun woning en de aankoop van een nieuwe woning. Nadat de nieuwe woning is aangekocht blijkt dat er geen woonbestemming op deze woning rust. Klagers spreken beklaagde hierop aan. Zij verwijten beklaagde dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de op het pand rustende bestemming. Klagers eisen een schadevergoeding. Beklaagde wijst dit af. Klagers dienen uiteindelijk een klacht in. De Raad oordeelt dat beklaagde geen verwijt kan worden gemaakt omtrent het ontbreken van een woonbestemming. Beklaagde zou in redelijkheid het nodige hebben gedaan qua onderzoek. Voorts is de Raad van oordeel dat beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de afhandeling van de klacht van klagers. Beide klachten worden derhalve ongegrond verklaard.   Zaaknummer: RvTZ 20210088  

    Lees meer