Uitspraken

  • 21-5 CRvT

    CR 20/2710 Financieringstaxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Klaagster in eerste aanleg heeft ten behoeve van het verkrijgen van een hypothecaire financiering beklaagde opdracht gegeven haar woning te taxeren. Het taxatierapport bevat volgens klaagster meerdere onjuistheden. Hierover wordt contact opgenomen, waarna door beklaagde en de financieel adviseur van klaagster wordt aangegeven dat aanpassing van het rapport voor vertraging bij het verkrijgen van de hypothecaire financiering kan zorgen. In de mailwisseling die hierover ontstaat dreigt beklaagde om zijn rapport te ontkoppelen in het systeem van het NWWI indien zijn nota niet binnen een dag betaald wordt door klaagster. Klaagster heeft hierover een klacht ingediend. In eerste aanleg is deze klacht gehonoreerd. In dit hoger beroep bekrachtigd de Centrale Raad de uitspraak in eerste aanleg. Naar het oordeel van de Centrale Raad heeft beklaagde in zijn communicatie met klaagster niet de zorgvuldigheid betracht die van hem op grond van regel 1 van de Erecode mocht worden verwacht. Bovendien heeft beklaagde volgens de Centrale Raad ten onrechte in afwijking van de contractuele afspraken aangedrongen op betaling op dezelfde dag dat de factuur met vermelding van de contractuele termijn van 14 dagen werd verzonden. De opgelegde straf van een berisping blijft gehandhaafd.

    Lees meer
  • 21-4 CRvT

    CR 20/2708 Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Klaagster en haar echtgenoot willen hun huis verkopen. Zij schakelen hiervoor beklaagde sub 1 als makelaar in. Op enig moment wordt mondeling overeenstemming bereikt met een koper. Deze koper wordt bijgestaan door een aankoopmakelaar. Voordat de koopovereenkomst is getekend meldt zich een andere geïnteresseerde voor de woning bij de verkopend makelaar met het verzoek de woning te willen bezichtigen. Hierover wordt klaagster als verkoper niet geïnformeerd. Pas nadat de koopovereenkomst is getekend raakt zij hiermee bekend. Klaagster is van mening dat zij hiermee in haar belangen is geschaad, nu de geïnteresseerde mogelijk een hogere prijs wilde betalen voor de woning. Klaagster dient een klacht in tegen zowel haar eigen makelaar als de aankoopmakelaar van de koper. Ook wordt er een procedure gevoerd bij de Geschillencommissie Makelaardij. De vraag waarover de Centrale Raad zich in deze procedure moet buigen is of de makelaar van Klaagster verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster niet te informeren over de belangstelling van de geïnteresseerde partij. De Centrale Raad oordeelt dat er geen sprake is van verwijtbaar handelen. Het stond de makelaar volgens de Centrale Raad op zichzelf vrij klaagster over de belangstelling van de geïnteresseerde partij te informeren en met haar af te stemmen op welke wijze hij met die belangstelling zou omgaan. De makelaar heeft dat niet gedaan. Dat op zichzelf brengt volgens de Centrale Raad niet met zich mee dat de makelaar niet het belang van klaagster heeft behartigd. De klacht wordt ongegrond verklaard.

    Lees meer
  • 21-3 RvT West

    Aankoop van nieuwbouwappartement. Beweerdelijk onjuiste informatie en optreden. Onduidelijkheid verkoopbrochure.   Klaagster koopt een nieuwbouwappartement. Beklaagden treden op als verkopend makelaar namens de projectontwikkelaar. Klaagster is van oordeel dat beklaagden tuchtrechtelijk laakbaar hebben gehandeld door aan te geven dat het nieuwbouwappartement onder Woningborg-garantie werd gerealiseerd terwijl in werkelijkheid alleen sprake was van een Woningborg-afbouwgarantie. De Raad oordeelt dat uit de stukken niet duidelijk blijkt dat er alleen sprake was van een Woningborg-afbouwgarantie voor de ontwikkelaar. Volgens De Raad hadden beklaagden hierover duidelijkheid dienen te verschaffen aan klaagster als consument. De Raad verklaart de klacht gegrond en legt aan beklaagden de sanctie van een berisping op.

    Lees meer
  • 21-2 RvT West

    Ontvankelijkheid. Klaagster niet-ontvankelijk.   Klaagster heeft beklaagd sub 2 ingeschakeld voor de verkoop van haar horecaonderneming. Haar klacht richt zich tegen de uitvoering van die opdracht. Beklaagde sub 2 en de daar werkzame beklaagde sub 3 zijn echter geen NVM-lid. Beklaagde sub 1 en de daar werkzame beklaagde sub 4 zijn wel NVM-lid, maar niet betrokken bij de verkoop van de onderneming van klaagster. De Raad verklaart de ingediende klacht niet-ontvankelijk.

    Lees meer
  • 21-1 RvT Zuid

    DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   Schijn van belangenverstrengeling. Zakelijke en voorheen persoonlijke relatie met koper niet gemeld.   Klagers geven beklaagde opdracht een hen door een erfenis toegekomen woning te verkopen. Deze slaagt daarin. Na de eigendomsoverdracht komen klagers tot de ontdekking dat de makelaar voorheen een persoonlijke en thans nog een frequente zakelijke relatie met de koper had/heeft waarvan zij klagers niets vertelde. De raad is van oordeel dat de makelaar klagers zeker van die zakelijke relatie op de hoogte had moeten stellen. Thans is de schijn van belangenverstrengeling gewekt.

    Lees meer
  • 20-105 RvT Noord

    NVM Noord  088                       Klacht over eigen aankoopmakelaar: gebreken in aangekochte woning. Bouwkundige keuring niet aangeraden.   Klagers kopen via inschakeling van een eigen aankoopmakelaar een woning. Kort daarop constateren klagers diverse gebreken aan de woning, onder andere niet goed sluitende deuren in de woning, een lekkend dakbeschot en verroeste leidingen. Klagers zijn van mening dat hun aankoopmakelaar ze beter had moeten adviseren, onder andere over het laten uitvoeren van een bouwkundige keuring. Beklaagde stelt dat er geen aanleiding was een bouwkundige keuring uit te voeren. Bovendien zou het niet uitvoeren van de keuring met klagers besproken zijn. De Raad oordeelt dat beklaagde geen verwijt valt te maken en verklaart de klacht ongegrond.

    Lees meer
  • 20-104 RvT Noord

    NVM Noord  085            Totstandkoming koopovereenkomst. Informatie aan niet-opdrachtgever. Mededelings- en onderzoeksplicht. Afwijkende bepaling in de koopovereenkomst.   Klager koopt een bedrijfspand. Beklaagde treedt op als verkopend makelaar. Bij de notaris bleek dat er onduidelijkheid was over de koopprijs. Er zou ook een deel contant zijn betaald en partijen verschillen van mening over de vraag of dit bedrag was meegenomen in de koopprijs zoals opgenomen in de koopovereenkomst. Uiteindelijk worden nieuwe afspraken gemaakt. Daarna ontstaat discussie over een strook grond. Volgens klager is de aankoop van deze strook onderdeel van de nieuwe afspraken. Beklaagde betwist dit. Klager dient vervolgens een klacht in bij De Raad en verwijt beklaagde een zestal zaken. De Raad oordeelt dat hoewel de verkoop en de levering rommelig zijn verlopen, er geen sprake is van klachtwaardig handelen van beklaagde. De klacht wordt ongegrond verklaard.

    Lees meer
  • 20-103 RvT Noord

    NVM Noord  078                  Verkoop bij inschrijving. Ontbreken schriftelijke overeenkomst. Bod van derde buiten de inschrijvingstermijn.   Klager was geïnteresseerd in een woning die via beklaagde als verkopend makelaar werd verkocht. Geïnteresseerden werden uitgenodigd voor een bepaalde datum een bod uit te brengen. Na deze datum werd aan geïnteresseerden nog de kans geboden hun bod te verhogen. Uiteindelijk had klager het hoogste bod gedaan en werd hem een concept koopovereenkomst toegezonden. Een dag later kreeg klager echter te horen dat er door een derde een hoger bod was uitgebracht en dat de verkopers dit bod geaccepteerd hadden. Klager is van oordeel dat dit bod niet meer toelaatbaar was en dient een klacht in jegens beklaagde. De Raad oordeelt dat er in deze situatie – waarin geen inschrijvingsvoorwaarden van toepassing waren - geen sprake is van klachtwaardig handelen en verklaart de klacht ongegrond. Het stond de verkopers vrij nog in onderhandeling te gaan met een nieuwe geïnteresseerde.

    Lees meer
  • CRvT 00-884

    CR 00/884 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM   Belang bij indienen van klacht., Invloed van bouwvergunning op getaxeerde waarde. Feitelijke indeling anders dan splitsingsakte. Kamerverhuurbedrijf zonder toestemming. Geen volledig rapport maar wel mondelinge toelichting.   Klager is van mening dat beide beklaagden een te lage waardering van zijn panden hebben uitgebracht. Het gaat in casu om twee aaneengesloten monumentale objecten waarvoor in 1990 een bouw-en een splitsingsvergunning waren aangevraagd ten behoeve van de realisering van 18 appartementen.. De vergunningen worden in augustus respectievelijk in oktober 1993 verleend. In maart 1997 taxeert beklaagde 1 op verzoek van de bank de panden en komt op een waarde in ver-huurde staat van f 1 miljoen. In de in slechte staat verkerende panden worden kamers verhuurd. In juni 1997 worden de panden geveild en brengen zij f 1,5 miljoen op. In december 1997 brengt beklaagde 2 een taxatie uit op verzoek van de rechtbank, zulks in verband met strafzaken tegen met klager gelieerde personen. Hij stelt de waarde in verhuurde staat in de periode 1933/1994 vast op f 1.280.000 en in 1997 op f 1.710.000. Ook hij constateert dat de panden in matige tot slechte staat verkeren en dat het in feite om een casco gaat en om een kamerverhuurbedrijf zonder vergunning. Het verweer van beklaagde 2 dat de tegen hem gerichte klacht niet-ontvankelijk moet worden ver-klaard gaat niet op. In de tegen klager uitgebrachte dagvaarding is sprake van taxaties en die zouden in de civiele procedure een rol kunnen spelen. Klager heeft dus een belang bij zijn klacht. Het verwijt aan makelaar 1 dat hij getaxeerd heeft zonder over een splitsingstekening en bouwvergunning te beschikken en dus te laag uitkwam is niet terecht. Uit de gegevens van de splitsingsakte en uit een tweetal bezichtigingen waaruit bleek dat de feitelijke situatie aanzienlijk  verschilde van de splitsingsakte, kon makelaar 1 op goede gronden een waardevaststelling maken. Ook makelaar 2 heeft voldoende informatie ingewonnen om tot een waardering te kunnen komen. Onder meer uit de veilingvoorwaarden waren gegevens te halen. En verder heeft hij ten overstaan van zijn opdrachtgever, de rechtbank, en de Centrale Raad een afdoende mondelinge toelichting gegeven,.  

    Lees meer
  • 20-102 RvT Amsterdam

    RAAD VAN TOEZICHT AMSTERDAM VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM   Deeldienstmakelaar. Onterechte vermelding van makelaar. Ongefundeerde mededeling over tarieven van andere makelaars. Vermelding in KvK.   Een makelaar dient een klacht in tegen een collega over diens werkwijze en mededelingen op diens website. Beklaagde laat een deel van de werkzaamheden bij verkoop door de opdrachtgever zelf uitvoeren. Dat daardoor de indruk wordt gewekt dat de consument zelf via de NVM zijn woning kan verkopen, is de raad van toezicht niet met klager eens. Beklaagde is duidelijk over zijn werkwijze en o.a. het substantiële onderdeel van het verkoopproces nl. de onderhandelingen, loopt via de makelaar. De vermelding van een medewerker op de website als makelaar is onjuist. Dat dit inmiddels is gecorrigeerd, maakt geen verschil. Beklaagde zegt niet welk onderzoek gedaan is naar de tarieven van andere makelaars noch laat hij weten waarop zijn mededeling is gebaseerd dat andere makelaars duurder zijn dan hij. Derhalve maakt beklaagde een onjuiste vergelijking. Dat in de Kamer van Koophandel is vermeld dat er geen personen bij de onderneming werkzaam zijn terwijl dit wel het geval is, is van ondergeschikt belang. Op de website van beklaagde staan de medewerkers vermeld.

    Lees meer