Uitspraken

  • 11-34 RvT Amsterdam

    Belangenbehartiging opdrachtgever. Ontbreken schriftelijke opdracht. Intrekking opdracht. Belangenverstrengeling Klaagster heeft een huurovereenkomst m.b.t. een kantoorruimte gesloten. Zij meent haar makelaar (beklaagde) geen courtage verschuldigd te zijn. Klaagster voert hierbij aan dat zij een opdracht tot dienstverlening bij aankoop heeft verstrekt, niet voor huur. Voorts zou beklaagde de opdracht zelf hebben neergelegd en zou de huurovereenkomst meer ondanks dan dankzij beklaagde tot stand zijn gekomen. Tenslotte wijst klaagster er op dat beklaagde in het verleden aan het kantoor van de makelaar van de verhuurder verbonden is geweest en stelt zij dat er sprake was van belangenverstrengeling. De Raad concludeert dat in ieder geval op enig moment een opdracht tot stand is gekomen die mede gericht was op de totstandkoming van een huurovereenkomst. Het feit dat niet schriftelijk is vastgelegd dat beklaagde voor zijn werkzaamheden courtage in rekening kon brengen betekent niet dat geen opdracht tot stand gekomen is. Dat beklaagde de opdracht eenzijdig heeft beëindigd is niet gebleken. Nu door beklaagde in het kader van zijn opdracht werkzaamheden zijn verricht kan beklaagde er geen tuchtrechtelijk verwijt van worden gemaakt dat hij courtage in rekening heeft gebracht. De hoogte van de factuur komt de Raad niet onredelijk voor en ook verder zijn er geen aanwijzingen dat de factuur in strijd is met de regels van de Vereniging. Dat beklaagde de voorgeschiedenis van zijn bedrijf aan klaagster heeft uiteengezet is niet, dan wel onvoldoende bestreden. Van belangenverstrengeling is niet gebleken. Download uitspraak (pdf)

    Lees meer
  • 09-14 RvT Groningen

    Oncollegiaal gedrag – opdrachtgevers van collega/oud-kantoorgenoot benaderd.  Beklaagde is werkzaam geweest bij klager. Nadat beklaagde een andere werkkring in dezelfde regio had gevonden, deed hij een brief uitgaan waarin hij zijn nieuwe kantoor aanprees. Die brief kwam ook terecht bij opdrachtgevers van zijn voormalige kantoor. De raad van toezicht meent dat het er alle schijn van heeft dat beklaagde gebruik heeft gemaakt van gegevens die hem uit zijn vorige werkkring bekend waren. Download uitspraak (pdf)

    Lees meer
  • 10-2283 CRvT

    Courtagegeschil. Tweezijdig optreden/belangenverstrengeling. Gelijktijdige betrokkenheid bij tuchtprocedure en ander procedures. Horen van getuigen.Geen steun is in de regelgeving van de NVM te vinden dat een NVM-makelaar niet tegelijker-tijd voor één en hetzelfde handelen of nalaten kan worden betrokken in zowel een tuchtrechte-lijke procedure als in andere procedures.Door wel een getuige namens klagers te horen en niet de door beklaagde aangebrachte getui-ge heeft de raad van toezicht niet het beginsel van hoor en wederhoor geschonden nu het standpunt van laatstgenoemde getuige door diens schriftelijke verklaring bekend was. De namens klagers/kopers gedane mededeling dat zij bereid waren om aan beklaagde een bedrag te betalen kan niet als een opdrachtbevestiging worden gezien. De bewoordingen van de namens klagers optredende makelaar duiden erop dat beklaagde namens verkopers op-trad. Door makelaar-koper te infomeren dat intussen een bod van een andere gegadigde was binnengekomen en te adviseren een hoger bod uit te brengen, heeft beklaagde zich ook de belangen van kopers aangetrokken. Daardoor is onduidelijkheid ontstaan over zijn positie en heeft hij de schijn van belangenverstrengeling in het leven geroepen. Download uitspraak (pdf)

    Lees meer
  • 10-2294 CRvT

    Tweezijdig courtage berekend. Belangenverstrengeling. Eigen belang verworven.Door zowel aan de verkoop- als aan de aankoopzijde betrokken te zijn bij de woning en door zowel van verkoper als van koper een vergoeding te vragen en te ontvangen heeft de makelaar in strijd met de regelgeving van de NVM gehandeld. Door als makelaar van verkoper te bemiddelen bij de verkoop aan een met zijn onderneming gelieerde partij, kon de makelaar niet onafhankelijk optreden en raakte hij betrokken in een verstrengeling van belangen.Tijdens de uitvoering van de verkoopopdracht verwierf de makelaar direct bij belang bij de woning door daarvan de onverdeelde helft te kopen. Ten onrechte informeerde hij de ver-koper hier niet over. Download uitspraak (pdf)

    Lees meer
  • 10-2329 CRvT

    Overgangsrecht Reglement Tuchtrechtspraak en NVM-statuten. Taxatie. Te hoge waardering. Nu de klacht is ingediend vóór de inwerkingtreding van de wijzigingen van het Reglement Tuchtrechtspraak en art. 92 van de NVM-statuten inhouden dat op de i januari 2009 aan-hangige zaken volgens het oude reglement moet worden afgehandeld, moet dit laatste gebeu-ren.Een makelaar moet er zich rekenschap van geven dat opdrachtgevers en derden op basis van taxatierapporten vérstrekkende beslissingen nemen. Daarom mogen aan taxaties hoge eisen worden gesteld. In het maatschappelijk verkeer moet men op taxatierapporten kunnen afgaan. De makelaar heeft in twee instanties erkend dat zijn taxatie aanzienlijk te hoog is geweest. Dat de fout is veroorzaakt door een typefout is ongeloofwaardig nu de makelaar het bedrag zowel in cijfers als in letters vermeldde. Dat de makelaar zijn dossier inmiddels heeft ge-schoond en dat hij daardoor niet meer over aantekeningen e.d. beschikt, komt voor zijn risico. Nu de wijzigingen per 1 januari 2009 inhouden dat niet langer de makelaar lid van de NVM is, kunnen de makelaar niet meer de oude tuchtrechtelijke straffen worden opgelegd. Hieraan is geen overgangsbepaling gewijd. Alles overwegende creëert de Centrale Raad de overgangsregel dat de aansluiting van de makelaar als NVM-makelaar voor een jaar wordt geschorst.  Download uitspraak (pdf)

    Lees meer
  • 10-2269 CRvT

    Bestuur Vereniging van Eigenaren. Gebrekkig beheer? Overdracht van stukken naar nieuwe beheerder.Nu het appartementencomplex bestaat uit meerdere VvE’s en behalve woningen ook uit bedrijfsruimtes en waar een deel van het complex ten tijde van de oprichting van de VvE’s nog in aanbouw was, was sprake van een complexe situatie waardoor voorstelbaar is dat bepaalde kostentoerekeningen niet duidelijk waren waardoor discussies ontstonden. Aan de makelaar is jaarlijks décharge voor zijn beleid verleend waaruit opgemaakt kan worden dat de makelaar voldoende op vragen en kritiek heeft gereageerd. Nu geen opzegtermijn tussen partijen was overeengekomen en de gesloten overeenkomst jaarlijks werd verlengd, kan worden verdedigd dat een opzegging eerst tegen het einde van het kalenderjaar kon plaatsvinden. De makelaar heeft op veel kortere termijn de stukken aan zijn opvolger overgedragen.  Download uitspraak (pdf)

    Lees meer
  • 09-16 RvT Groningen

    Taxatie in kader van echtscheiding. Beweerdelijk te lage waardering. Geen nieuwe klacht ter zitting indienen.De makelaar krijgt opdracht van de rechtbank om in het kader van een echtscheidingsgeschil enige panden te waarderen. Vanwege enige onduidelijkheden in de opdracht wendt de makelaar zich tot de beide advocaten van de echtelieden, maar krijgt geen reactie. Daarop stelt de makelaar dezelfde vragen aan de rechtbank die hem daarop verzoekt het concept-rapport in te leveren. Onduidelijk is of de rechtbank met partijen overleg heeft gevoerd. Feit is dat de makelaar verzocht wordt zijn definitieve rapport uit te brengen. Klaagster heeft commentaar op het rapport geleverd en heeft twee afwijkende (hogere) taxaties van andere makelaars bij de rechtbank ingediend. Enig eigen onderzoek van de raad leert dat de waardering van beklaagde niet uit de toon valt. Het is een feit van algemene bekendheid dat wanneer een object in een hogere prijsklasse een uniek karakter kent, dit kan leiden tot een grotere bandbreedte bij waarderingen als dit object door meer makelaars wordt gewaardeerd. Een bij de mondelinge behandeling aanvullend ingediende klacht wordt als tardief beschouwd. Beklaagde kan zich daarop niet voorbereiden. Download uitspraak (pdf) 

    Lees meer