Uitspraken

  • 21-23 RvT Amsterdam

    Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   Ontvankelijkheid. Onduidelijke klacht. De moeder van klaagster was geïnteresseerd in een nieuwbouwwoning. Zij heeft zich gemeld bij beklaagde die als verkopend makelaar betrokken was bij het nieuwbouwproject. Toen bleek dat de moeder van klaagster onder curatele stond, heeft beklaagde laten weten dat inschrijving niet zinvol zou zijn. Hierop zou zijn voorgesteld om de inschrijving op naam van klaagster als dochter te zetten. Dit is echter nooit gebeurd. De dochter dient in deze zaak de klacht in. Dit gebeurt blijkens de uitspraak op een rommelige en onduidelijke wijze. Voorts oordeelt de Raad dat de klacht van klaagster ongegrond is. De Raad acht de handelwijze van beklaagde begrijpelijk.   RvT 20/20

    Lees meer
  • 21-22 RvT Amsterdam

    Financieringstaxatie. Ontbrekende informatie in taxatierapport. Klager heeft een koopovereenkomst gesloten voor een nieuwe woning. Ten behoeve van het verkrijgen van een hypothecaire financiering heeft klager beklaagde opdracht gegeven zijn woning te taxeren. Nadat beklaagde haar taxatierapport heeft afgerond, stelt klager dat het rapport onjuiste informatie bevat, vooral ten aanzien van het in opdracht van klager uitgevoerde funderingsonderzoek. Klager verzoekt beklaagde de uitkomsten van dit onderzoek alsnog toe te voegen en het rapport aan te passen. Beklaagde weigert dit en geeft aan niet op de hoogte te zijn geweest van het funderingsonderzoek. Bovendien zou het volgens beklaagde in dit stadium niet meer mogelijk zijn het rapport aan te passen. Klager dient een tweetal klachten in. Klager verwijt beklaagde het funderingsonderzoek niet te hebben betrokken in het rapport en verwijt beklaagde dat deze klager onjuiste informatie heeft verstrekt over de mogelijkheden om het rapport alsnog aan te passen. De Raad verklaart beide klachten ongegrond. Volgens de Raad staat niet vast dat beklaagde op de hoogte was van het feit dat klager het funderingsonderzoek liet uitvoeren. Zonder deze kennis kan beklaagde ook niet verweten worden dat zij dit onderzoek niet heeft betrokken in haar rapport. Over de mogelijkheden het rapport later nog aan te passen had beklaagde volgens de Raad duidelijker kunnen communiceren met klager, maar dit levert volgens de Raad geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen op.

    Lees meer
  • 21-21 RvT Amsterdam

    Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Klager schakelt beklaagde in voor de verkoop van zijn woning. Uiteindelijk wordt de woning echter niet via een kijkdag georganiseerd door beklaagde verkocht, maar ontvangt klager een bod van een derde. Na afronding van de verkoop geeft klager aan dat hij niet tevreden is over de dienstverlening van beklaagde bij verkoop van zijn woning. Volgens klager heeft beklaagde weinig initiatief getoond bij de verkoop van de woning en was de communicatie tussen klager en beklaagde tijdens het gehele verkoopproces moeizaam. Klager wil om die reden niet de volledige courtage betalen. Uiteindelijk worden door klager acht klachten ingediend. De Raad verklaart alle klachten ongegrond. Beklaagde heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.

    Lees meer
  • CR 11-2365 herziening CRvT

    CR 11/2365 Herziening     DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   Verzoek tot herziening van uitspraak alleen aan klager of beklaagde.   Verzoeker is de ex-echtgenoot van klaagster die een klacht indiende tegen een makelaar vanwege een door deze verrichte taxatie van de voormalige echtelijke woning c.a.. De makelaar is hiervoor in 2011 door de Centrale Raad tuchtrechtelijk veroordeeld. Verzoeker is van mening dat hij door de tuchtcolleges destijds op de hoogte had moeten worden gebracht van het indienen van de klacht waar hij belanghebbende was. Hij meent verder dat de Centrale Raad destijds steken heeft laten vallen en omdat de kans bestaat dat na 10 jaar opnieuw over de waardes zal worden getwist, is het voor hem van belang dat de beslissing van de Centrale Raad uit 2011 wordt herzien. De Centrale Raad wijst het verzoek tot herziening af. De geldende reglementen kennen herziening alleen toe aan klager en/of beklaagde in de tuchtrechtelijke procedures. Evenmin kennen die reglementen een verplichting om derden van het indienen van een klacht op de hoogte te stellen.

    Lees meer
  • 21-20 RvT West

    Verplichtingen vanuit VvE na de verkoop.             Klagers verkopen via een eigen makelaar op 4 juni 2020 een appartement dat op 3 augustus zal worden geleverd. In juli 2020 besluit de VvE dat de eigenaren een eenmalige bijdrage van € 4500 moeten betalen. Klagers leiden dit besluit door naar de kopers. Kort voor de overdracht deelt de makelaar van kopers (beklaagde) mede dat zijn cliënten de koopsom met € 4500 wensen te verlagen en anders niet mee te zullen werken aan het transport. Na overleg met hun makelaar gaan klagers alsnog accoord. Het verwijt van klagers dat beklaagde een onjuist standpunt innam ten aanzien van de extra kosten is niet terecht: beklaagde bracht slechts het standpunt van zijn opdrachtgevers over.

    Lees meer
  • 21-19 RvT West

    Geen schriftelijkheidsvereiste bij verkoop aan ondernemer.             Een makelaarskantoor biedt een appartement te koop aan. Op 17 augustus wordt met een koper die handelt uit beroep of bedrijf mondeling een koopovereenkomst gesloten. De makelaar weet dit, maar beseft niet dat het schriftelijkheidsvereiste van de overeenkomst in zo’n geval niet geldt. Een paar dagen later wordt met klager, eveneens een onderneming, mondeling een koopovereenkomst bereikt. Kort daarop deelt het kantoor aan klager mede dat de verkoper de voorkeur aan de eerdere koper geeft, mede omdat dat een particulier zou zijn. De raad is van oordeel dat het beklaagde valt aan te rekenen dat men zich niet bewust was dat bij verkoop aan een ondernemer het schriftelijkheidsvereiste niet geldt. Het verweer dat de verkoper de voorkeur gaf aan verkoop aan een particulier lijkt moeilijk te rijmen met het feit dat degene aan wie uiteindelijk verkocht en geleverd is, ook een ondernemer is.

    Lees meer
  • 21-17 RvT Oost

    Klacht niet opdrachtgever. Staat van oplevering. Klachten over communicatie. Klagers in deze zaak hebben een woning gekocht. Beklaagde was hierbij verkopend makelaar. Een dag nadat de inspectie van de woning en overdracht bij de notaris hebben plaatsgevonden nemen klagers per e-mail contact op met beklaagde om te klagen over de wijze waarop de woning door de verkopers is opgeleverd. De woning zou niet schoon zijn en er wordt geklaagd over de staat van de in de woning aanwezige bedrading. Beklaagde geeft aan dat klagers dit tijdens de inspectie naar voren hadden kunnen brengen jegens de verkopers. Voorts wijst beklaagde erop dat de verkopers en niet hij als makelaar ervoor verantwoordelijk zijn hoe de woning wordt opgeleverd. Partijen sturen nog wat e-mails over en weer en de toon wordt minder zakelijk. Uiteindelijk dienen klagers de onderhavige klacht in, die uit drie onderdelen bestaat. De Raad verklaart alle klachten ongegrond. De Raad geeft aan het niet de verantwoordelijkheid van de makelaar is om de woning schoon op te leveren. Dat is aan de verkopers. Ten aanzien van de communicatie van de zijde van de makelaar stelt de Raad dat dit wellicht beter had gekund, maar dat klagers ook zelf een andere toon hadden kunnen aanslaan. Tot slot zou beklaagde volgens klagers niet geprobeerd hebben alsnog een oplossing aan te dragen, maar dit bleek wel het geval. Beklaagde heeft tevergeefs getracht de verkopers nog te bewegen, maar die bleken niet meer bereid aan de klachten van klagers tegemoet te komen.      

    Lees meer
  • 21-15 RvT Zuid

    Zaaknummer:RvTZ 20200076)   Totstandkoming koopovereenkomst. Informatie aan niet-opdrachtgever. Beklaagde is samen met een collega van zijn kantoor als verkopend makelaar betrokken bij de verkoop van een bedrijfspand. Klager is een geïnteresseerd koper. Uiteindelijk komt geen koopovereenkomst tot stand. De eigenaar besluit het bedrijfspand aan een ander te verkopen. Klager verwijt beklaagden dat hem tijdens het verkoopproces gebrekkige, althans onvolledige en/of misleidende informatie is verstrekt en dat beklaagden hebben meegewerkt aan “dubbele verkoop van het object”. Tot slot beklaagt klager zich in algemene zin over het over het handelen van beklaagden. De eerste twee klachten worden ongegrond verklaard door De Raad. Naar het oordeel van De Raad is niet gebleken dat onjuiste en/of misleidende informatie is verstrekt. Ten aanzien van de verkoop aan een ander oordeelt De Raad dat dit iets is tussen klager en de verkoper en dat in dit geval beklaagden niets kan worden verweten. De klacht over het handelen in algemene zin slaagt wel. Beklaagden hebben volgens De Raad kennelijk onvoldoende gedaan om aan het “eigengereid” handelen van hun opdrachtgever een eind te maken. Hiermee hebben beklaagden niet helemaal gehandeld zoals van een zorgvuldig handelend NVM-makelaar mag worden verwacht. De Raad legt echter geen straf op aan beklaagden.

    Lees meer
  • 21-14 RvT Zuid

    (Zaaknummer: RvTZ20200074)   Informatie aan niet-opdrachtgever. Onjuiste woonoppervlakte. Inschakelen extern meetbureau. Klager heeft een woning gekocht die beklaagde in verkoop had. Klager verwijt beklaagde dat deze een onjuiste opgave van de inhoud van de woning heeft gedaan. Klager heeft voor het inmeten van de woning gebruik gemaakt van een extern bureau. Klager erkent dat er een onjuistheid in de meting zit, maar is van mening dat het verschil niet significant is. De Raad verklaart de klacht van klager ongegrond. De Raad overweegt dat het beklaagde vrij stond het inmeten te laten uitvoeren door een extern bureau. Indien dit geschiedt, mag de makelaar in beginsel vertrouwen op de juistheid daarvan met dien verstande dat de makelaar een marginale toetsing dient door te voeren. Naar de mening van de Raad leidt het onderhavige meetrapport niet tot de onmiddellijke gevolgtrekking dat van een evidente of kennelijke omissie of fout sprake is.

    Lees meer
  • 21-13 CRvT

    CR 21/2718   DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   Tegen wie is klacht gericht? Beweerdelijke onjuistheden in verkoopinformatie. Inmeting door derde-deskundige. Geen bouwkundige keuring bij in verkoopname. Taak van makelaar daarbij.   Een makelaarskantoor is door de erven belast met de verkoop van een woning. Het laat door een extern bureau de woning opmeten. De betreffende gegevens worden in de verkoopdocumentatie opgenomen. Klaagster koopt de woning. In de koopovereenkomst wordt met haar instemming opgenomen dat zij geen bouwkeuring wil en dat de verkopers niet veel van het pand afweten omdat zij er nimmer hebben gewoond. Kort voor de eindinspectie in verband met het transport wenst klaagster alsnog een bouwkundige keuring hetgeen de verkopers weigeren. Het verwijt aan de makelaar op dit punt is niet terecht. Dat geldt ook voor de door klaagster gestelde onjuistheden in de verkoopdocumentatie, o.a. de maatvoering, waarvoor klaagster geen argumenten aandraagt. De Centrale Raad wijdt een overweging aan het inschakelen van een extern bureau bij een inmeting. Anders dan klaagster kennelijk veronderstelt bestaat er geen regel die voorschrijft dat een makelaar bij een in verkoopname een bouwkundige keuring moet laten uitvoeren. De Centrale Raad merkt op wat een makelaar geacht wordt te doen als hij een pand in verkoop neemt. Het was van stond af aan duidelijk dat klaagster haar klacht zowel indiende tegen de makelaar in persoon als tegen diens kantoor. In zo verre is de uitspraak van de Raad van Toezicht  onjuist waar deze uitsluitend de makelaar betrof.

    Lees meer