Uitspraken

  • 21-10 RvT Noord

    NVM Noord  090                Mededeling- en onderzoeksplicht. Gebreken aan het verkochte. Informatie aan opdrachtgever. Klaagster en haar toenmalige partner verkopen in 2018 hun woning. Beklaagde treedt op als verkopend makelaar. In 2020 stellen de kopers klaagster en haar toenmalige partner aansprakelijk voor schade als gevolg van een gesteld verborgen gebrek. Klaagster zoekt contact met beklaagde om informatie te verkrijgen over de uitlatingen gedaan tijdens de verkoop. Beklaagde reageert niet of laat op informatie verzoeken. Uiteindelijk zien klaagster en haar toenmalige partner zich genoodzaakt een schikking te treffen met de kopers. Klaagster verwijt beklaagde dat hij sneller had moeten reageren op haar verzoeken om informatie over de verkoop te verstrekken. Ook is zij van mening dat beklaagde de informatie tijdens de verkoop beter had moeten vastleggen. De Raad oordeelt dat beklaagde inderdaad adequater op verzoeken van klaagster om informatie had moeten reageren. De klacht wordt gegrond verklaard.

    Lees meer
  • 21-9 RvT Amsterdam

    Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   Informatie aan niet opdrachtgever, vermelding onjuiste woonoppervlakte in verkoopdocumentatie   Beklaagde, optredend voor de verkoper, heeft bij de verkoop van een woning aan klager in 2015 een onjuiste woonoppervlakte in de verkoopdocumentatie vermeld. Bij verkoop van de woning in 2020 wordt dit door klager ontdekt. Klager stelt hierdoor schade te hebben geleden. De Raad oordeelt dat de beantwoording van de vraag of schade is geleden aan de civiele rechter is voorbehouden. Wel acht de Raad het niet vermelden van de juiste woonoppervlakte in dit geval laakbaar. De klacht wordt gegrond verklaard en beklaagde krijgt een berisping.   RvT 26/20

    Lees meer
  • 20-108 RvT West

    Afspraak tot collegiale verkoop geschonden? Geschil ligt ook onder de rechter. Ernstig verstoorde collegiale verhoudingen.   Klager en beklaagde zijn beide kantoren in hetzelfde werkgebied. Klager  verkoopt namens zijn opdrachtgever een stuk grond ten behoeve van een nieuwbouwproject. Beklaagde brengt vervolgens een ontwikkelaar aan. Klager en beklaagde spreken af om dat nieuwbouwproject collegiaal te verkopen. De ontwikkelaar verkoopt het project via beklaagde door aan een derde die vervolgens beklaagde inschakelt bij de verkoop van de op een ander terrein te bouwen woningen zonder klager daarbij te betrekken. De raad van toezicht constateert dat de vraag of beklaagde oncollegiaal handelde afhankelijk is van de vraag of beklaagde gehouden was om klager bij de doorverkoop te betrekken en of de ontwikkelaar daartoe bereid was. Die vraag ligt voor bij de civiele rechter. Daarom kan de raad geen uitspraak doen of sprake is van oncollegiaal gedrag. Gezien de ernstig verstoorde collegiale verhoudingen tussen kantoren die in hetzelfde werkgebied opereren, geeft de raad partijen in overweging om een mediator in te schakelen.

    Lees meer
  • 20-107 RvT West

    Ref: 027/133.660   Hennepkwekerij in het gehuurde. Voldoende onderzoek naar huurder.   Beklaagde heeft in opdracht van klager een huurder gezocht voor zijn woning. Als zich een gegadigde aandient, doet het makelaarskantoor onderzoek. Hij doet o.a. navraag bij een zakelijke relatie van de kandidaat en hij verlangt een extra hoge waarborgsom omdat deze nog maar kort bij zijn werkgever werkzaam is en zijn salaris laag is in verhouding tot de huurprijs. Klager stemt vervolgens met de kandidaat in. Enige maanden later wordt  in de woning een hennepkwekerij ontdekt. Het verwijt van klager dat de makelaar onvoldoende onderzoek deed acht de raad van toezicht niet terecht. Er was geen aanleiding nader onderzoek in te stellen naar de moraliteit van de huurder.

    Lees meer
  • 21-8 RvT West

    RAAD VAN TOEZICHT WEST VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS NVM Handel. Risico van aankoop samen met een derde. Onjuiste vermelding van makelaarschap op website. Een kandidaat-makelaar krijgt opdracht om een woning te verkopen. De kandidaat-makelaar zegt dat het huis € 125.000 oplevert, maar dat bij een rustiger verkoop een hogere opbrengst mogelijk is. Omdat de eigenaar snel geld nodig heeft teneinde elders een pand te kunnen kopen, koopt de kandidaat-makelaar tesamen met een bevriende horeca-ondernemen het pand voor genoemd bedrag met de bedoeling om dit te verhuren. Zeer kort daarna en nog vóór de levering breekt de coronacrisis uit en heeft de horeca-ondernemer direct geld nodig om zijn zaken in de lucht te houden. De kandidaat-makelaar is niet in staat zijn partner uit te kopen. Het pand wordt via het kantoor van de kandidaat-makelaar te koop gezet waarover de oorspronkelijke eigenaar wordt geïnformeerd die daartegen geen bezwaren uit, en binnen 3 weken voor € 152.500 verkocht. De klacht wordt ingediend door een collega-makelaar die er ook over klaagt dat de kandidaat-makelaar ten onrechte als makelaar op de website van de makelaardij staat vermeld. De raad acht de klacht over dit laatste ongegrond nu het kantoor de onjuiste vermelding direct ongedaan heeft gemaakt toen het daarop werd gewezen. De klacht over de gedraging van de kandidaat-makelaar die niet bij de NVM is aangesloten, wordt diens kantoor toegerekend en is gegrond. Indien een werknemer van een NVM-lid in het kader van zijn werkzaamheden voor dit NVM-lid samen met een derde (niet makelaar) een belang in een onroerende zaak verwerft, loopt dit NVM-lid daarmee het risico op een tuchtrechtelijk verwijt indien ten gevolge van beslissingen van die derde het duurzaam karakter aan een investering komt te ontvallen. Dat die derde, in dit geval de beleggingspartner van de kandidaat-makelaar, zich in verband met de coronacrisis genoodzaakt zag om het pand weer te verkopen, is geen reden om het gebeurde niet als handel aan te merken.

    Lees meer
  • 21-7 RvT Oost

    RAAD VAN TOEZICHT OOST VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS   Onzekerheid over bestemming van woning niet in taxatierapport of aan koper gemeld.   Klager koopt in 2015 een woning. Beklaagde heeft voor de financiering daarvan een taxatie verricht. In 2020 verneemt klager van zijn buurman dat deze problemen ondervond bij zijn financiering vanwege het feit dat het ter plaatse om bedrijfswoningen gaat hetgeen mogelijk gebruiksbeperkingen oplevert. Klager constateert vervolgens dat in het taxatierapport van beklaagde niets over een bedrijfswoning gezegd wordt en stelt de makelaar aansprakelijk  -  het pand is z.i. minder waard -  en dient een klacht in. De makelaar zegt in haar verweer dat zij enige twijfels had over de bestemming van het pand, maar dat informatie die zij van een ambtenaar van de gemeente kreeg en wat zij in het bestemmingsplan las, voor haar reden was om in haar rapport geen melding te maken van mogelijke beperkingen. De raad van toezicht acht de klacht gegrond. De makelaar had een en ander of in haar rapport dienen op te nemen of tenminste haar twijfels met klager moeten bespreken.

    Lees meer
  • 20-106 CRvT

    CR 20/2725 Eindbeslissing   Reglement Lidmaatschap & Aansluiting. Taxatie door niet NVM-Makelaar of NVM-Taxateur. Drooglegging. Bij appellante als makelaarskantoor is een van de partners werkzaam als taxateur. Op enig moment schrijft deze taxateur zich in voor een cursus van de NVM en wordt gevraagd om zijn praktijkdiploma. Daarbij komt aan het licht dat hij niet voldoet aan de eisen om als makelaar of taxateur bij de NVM te zijn aangesloten. Dit wordt onder de aandacht van de Commissie Lidmaatschapszaken gebracht. Deze legt op enig moment aan een aan het makelaarskantoor gelieerde onderneming een zogenaamde drooglegging op. Tegen dit besluit gaat het makelaarskantoor in beroep. De Centrale Raad besluit gemotiveerd dat de Commissie Lidmaatschapszaken niet in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot het opleggen van de drooglegging. De Centrale Raad verklaard het beroep gegrond.

    Lees meer
  • 21-6 RvT Amsterdam

    RAAD VAN TOEZICHT AMSTERDAM VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   RvT 14/20   Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid na beëindiging lidmaatschap en aansluiting. Niet-ontvankelijkheid klacht wegens tijdsverloop. Beweerdelijke poging tot vergiftiging,    betaling van sleutelgeld en invullen van ander bankrekeningnummer.   Naar aanleiding van de klacht constateert de raad dat beklaagden thans geen relatie met de NVM meer hebben, maar waar de klachten betrekking hebben op kwesties uit de tijd dat die relatie er nog wel was, kan de raad de klachten behandelen. Klaagster stelt in 2008 aan beklaagde sub 2 sleutelgeld te hebben betaald, hetgeen die beklaagde ontkent. Waar het hier een kwestie betreft van 12 jaar geleden is een redelijke termijn voor het indienen van een klacht verstreken. Beklaagde sub 1 stelt klaagster destijds uit medelijden een voedingssupplement te hebben gegeven tegen stress. Klaagster heeft wat zij meent te hebben gekregen, weggegooid, zodat enig bewijs van haar stelling van een poging tot vergiftiging ontbreekt. Beklaagden ontkennen bij de huurovereenkomst betrokken te zijn geweest bij de totstandkoming waarvan beklaagde sub 1 volgens klaagster haar bankrekeningnummer verving door dat van hemzelf. De raad kan niet vaststellen wat exact is gebeurd.

    Lees meer
  • 21-5 CRvT

    CR 20/2710 Financieringstaxatie. Onjuiste taxatiewaarde. Klaagster in eerste aanleg heeft ten behoeve van het verkrijgen van een hypothecaire financiering beklaagde opdracht gegeven haar woning te taxeren. Het taxatierapport bevat volgens klaagster meerdere onjuistheden. Hierover wordt contact opgenomen, waarna door beklaagde en de financieel adviseur van klaagster wordt aangegeven dat aanpassing van het rapport voor vertraging bij het verkrijgen van de hypothecaire financiering kan zorgen. In de mailwisseling die hierover ontstaat dreigt beklaagde om zijn rapport te ontkoppelen in het systeem van het NWWI indien zijn nota niet binnen een dag betaald wordt door klaagster. Klaagster heeft hierover een klacht ingediend. In eerste aanleg is deze klacht gehonoreerd. In dit hoger beroep bekrachtigd de Centrale Raad de uitspraak in eerste aanleg. Naar het oordeel van de Centrale Raad heeft beklaagde in zijn communicatie met klaagster niet de zorgvuldigheid betracht die van hem op grond van regel 1 van de Erecode mocht worden verwacht. Bovendien heeft beklaagde volgens de Centrale Raad ten onrechte in afwijking van de contractuele afspraken aangedrongen op betaling op dezelfde dag dat de factuur met vermelding van de contractuele termijn van 14 dagen werd verzonden. De opgelegde straf van een berisping blijft gehandhaafd.

    Lees meer
  • 21-4 CRvT

    CR 20/2708 Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Klaagster en haar echtgenoot willen hun huis verkopen. Zij schakelen hiervoor beklaagde sub 1 als makelaar in. Op enig moment wordt mondeling overeenstemming bereikt met een koper. Deze koper wordt bijgestaan door een aankoopmakelaar. Voordat de koopovereenkomst is getekend meldt zich een andere geïnteresseerde voor de woning bij de verkopend makelaar met het verzoek de woning te willen bezichtigen. Hierover wordt klaagster als verkoper niet geïnformeerd. Pas nadat de koopovereenkomst is getekend raakt zij hiermee bekend. Klaagster is van mening dat zij hiermee in haar belangen is geschaad, nu de geïnteresseerde mogelijk een hogere prijs wilde betalen voor de woning. Klaagster dient een klacht in tegen zowel haar eigen makelaar als de aankoopmakelaar van de koper. Ook wordt er een procedure gevoerd bij de Geschillencommissie Makelaardij. De vraag waarover de Centrale Raad zich in deze procedure moet buigen is of de makelaar van Klaagster verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster niet te informeren over de belangstelling van de geïnteresseerde partij. De Centrale Raad oordeelt dat er geen sprake is van verwijtbaar handelen. Het stond de makelaar volgens de Centrale Raad op zichzelf vrij klaagster over de belangstelling van de geïnteresseerde partij te informeren en met haar af te stemmen op welke wijze hij met die belangstelling zou omgaan. De makelaar heeft dat niet gedaan. Dat op zichzelf brengt volgens de Centrale Raad niet met zich mee dat de makelaar niet het belang van klaagster heeft behartigd. De klacht wordt ongegrond verklaard.

    Lees meer