Uitspraken

  • 22-22 RvT Zuid

    22-22 RvT Zuid   Beweerdelijk onjuiste informatie over woonfunctie van woning. Beweerdelijk onvoldoende klachtafhandeling. Klagers hadden een overeenkomst met het kantoor van beklaagde voor de verkoop hun woning en de aankoop van een nieuwe woning. Nadat de nieuwe woning is aangekocht blijkt dat er geen woonbestemming op deze woning rust. Klagers spreken beklaagde hierop aan. Zij verwijten beklaagde dat hij geen onderzoek heeft gedaan naar de op het pand rustende bestemming. Klagers eisen een schadevergoeding. Beklaagde wijst dit af. Klagers dienen uiteindelijk een klacht in. De Raad oordeelt dat beklaagde geen verwijt kan worden gemaakt omtrent het ontbreken van een woonbestemming. Beklaagde zou in redelijkheid het nodige hebben gedaan qua onderzoek. Voorts is de Raad van oordeel dat beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld bij de afhandeling van de klacht van klagers. Beide klachten worden derhalve ongegrond verklaard.   Zaaknummer: RvTZ 20210088  

    Lees meer
  • 21-76 RvT Zuid

    21-76 RvT Zuid       Stichting Tuchtrechtspraak NVM Raad van Toezicht Zuid      Zaaknummer: RvTZ 20210080   Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Klachten over communicatie. Klagers hebben beklaagde ingeschakeld om een woning te verkopen. De verkoop verloopt niet naar wens, waarna klagers de opdracht intrekken. Daarna ontstaat een geschil over het betalen van de nota van beklaagde. Uiteindelijk dienen klagers een tuchtklacht in. Daarbij worden door klagers een viertal verwijten gemaakt aan beklaagde, onder andere over de wijze van communiceren. Beklaagde voert gemotiveerd verweer. De Raad oordeelt dat uit de overgelegde stukken volgt dat beklaagde met een ‘kort lontje’ communiceert en verklaart de klacht gegrond. Aan beklaagde wordt een berisping opgelegd.

    Lees meer
  • 22-2 RvT Zuid

    22-2 RvT Zuid   Informatie aan niet opdrachtgever. Koopoptie. Verkoop voor hogere prijs. Klager is geïnteresseerd in een nieuwbouw appartement. Hij schrijft zich in via de website van het project, maar krijgt in eerste instantie geen bouwnummer toegewezen. Maanden later neemt hij contact op met beklaagde als verkopend makelaar. Uit dit contact blijkt dat er nog twee bouwnummers vrij zijn gekomen. Klager is geïnteresseerd en beklaagde biedt hem een optie op een bouwnummer aan. Dit aanbod wordt echter snel weer ingetrokken. Later wordt het bouwnummer opnieuw aan klager aangeboden, maar wel voor een hogere prijs. Klager is van oordeel dat deze handelswijze niet door de beugel kan en dient een klacht in. De Raad oordeelt dat de klacht gegrond is. De Raad neemt het beklaagde kwalijk dat hij niet duidelijk is geweest in de communicatie over het intrekken van de optie. Aan beklaagde wordt als straf een berisping opgelegd.

    Lees meer
  • 22-1 RvT Zuid

    22-1 RvT Zuid   Onvoldoende voorlichting door makelaar-verkoper. Communicatie. Klagers waren geïnteresseerd in een monumentale boerderij. Beklaagde was betrokken als verkopend makelaar. Klagers waren geïnformeerd dat er drie kijkdagen zouden zijn en dat de verkoop vervolgens per inschrijving zou geschieden. De woning is echter door de verkoper al voor de beoogde einddatum van de inschrijving verkocht. De verkoper had een goed bod ontvangen en ervoor gekozen dit te accepteren. Klagers dienen tegen beklaagde een tweetal klachten in. Volgens klagers had de woning niet verkocht mogen worden zonder klagers en andere geïnteresseerden te informeren. Voorts wordt een klacht ingediend over de communicatie met klagers over de situatie die is ontstaan. De Raad oordeelt dat beklaagde ten aanzien van de verkoop geen verwijt valt te maken. Het staat een verkoper in beginsel vrij om een woning ook eerder dan de uiterste datum van de inschrijving te verkopen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die dit in dit geval anders maken. De klacht omtrent de communicatie achteraf wordt wel gegrond verklaard. Beklaagde had volgens de Raad sneller op de klachten van klagers moeten reageren. Er wordt echter geen straf opgelegd.

    Lees meer
  • 21-82 RvT Zuid

    21-82 RvT Zuid (Zaaknummer: RvTZ20200075)  Klacht over verkopend makelaar door huurder. Makelaar koopt zelf. Klaagster huurt een woning die in eigendom was van haar moeder. De relatie tussen moeder en klaagster is verstoord. Moeder wil de woning verkopen en schakelt beklaagde als makelaar in. Deze sluit een koopovereenkomst voor de verkoop van de woning, maar deze verkoop gaat uiteindelijk niet door. Daarna koopt beklaagde de woning zelf, met als doel de woning als recreatiewoning te gaan gebruiken. Klaagster dient een drietal klachten in tegen beklaagde n.a.v. deze gang van zaken. Belangrijkste verwijten zijn dat beklaagde zonder toestemming de woning zou zijn betreden en dat beklaagde een te lage prijs voor de woning heeft betaald. De Raad oordeelt over het binnentreden van de woning dat dit inderdaad niet gepast was en oordeelt deze klacht gegrond. Over de aankoop van de woning door beklaagde zelf oordeelt de Raad dat dit op zichzelf niet verboden is, maar dat de wijze waarop deze verkoop tot stand is gekomen niet correct is geweest. Volgens de Raad had beklaagde om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen een derde bij de transactie moeten betrekken. De Raad verklaart ook deze klacht gegrond. Aan beklaagde wordt de straf van een berisping opgelegd.

    Lees meer
  • 21-72 RvT Zuid

    21-72 RvT Zuid   Zaaknummer: RvTZ 20210082   Taxatie. Deskundige namens rechtbank. Klacht van niet-opdrachtgever. De beklaagde heeft in opdracht van de rechtbank als deskundige een taxatie gemaakt. Deze taxatie was nodig in het kader van een planschadeprocedure bij de rechtbank. Klaagster was in die procedure belanghebbende. Klaagster is van oordeel dat de taxatie onjuist is uitgevoerd en dient tegen beklaagde een tuchtklacht in. Klaagster gaat echter niet in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in de planschadeprocedure. De Raad oordeelt dat de klachten van klaagster geen doel treffen. Niet is gebleken dat beklaagde een onjuiste taxatie heeft gedaan. Bovendien werkte beklaagde in opdracht van de rechtbank en niet in opdracht van klaagster. De klacht wordt ongegrond verklaard.

    Lees meer
  • 21-64 RvT Zuid

    21-64 RvT Zuid   Zaaknummer: RvTZ 20210081   DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   Beweerdelijk onvoldoende belangenbehartiging en belangenverstrengeling (lijst van gegadidigden). Te lage vraagprijs en opbrengst?   Klaagster schakelt een makelaarskantoor in om haar woning te verkopen. Daarin slaagt dit vlot. Achteraf voelt klaagster zich door beklaagden (zowel het kantoor als de makelaar) onder druk gezet. Ook is zij achteraf van mening dat de vraagprijs en daardoor de opbrengst te laag is. Zij vindt verder dat van belangenverstrengeling sprake is nu de kopers van haar woning op een lijst van gegadigden van beklaagde voorkwamen. De raad van toezicht is van oordeel dat de klacht in al de onderdelen ongegrond is. Het bestaan van een lijst van zoekers is niet ongebruikelijk en niet is komen vast te staan dat beklaagde een opdracht tot aankoop had. Klaagster heeft ingestemd met de vraagprijs die zelfs nog verhoogd is en met de uiteindelijke koopsom. Klaagster verklaart zelf dat de opbrengst ligt binnen de marges die diverse andere makelaars aangaven.

    Lees meer
  • 21-59 RvT Zuid

    Onduidelijke biedingsprocedure. Onderhandelen met meerdere gegadigden. Discriminatie. Beklaagde is betrokken als verkopend makelaar. Klagers zijn twee heren. Zij waren geïnteresseerd in een woning en brachten meerdere biedingen uit. Uiteindelijk is de woning verkocht aan een andere geïnteresseerde. Klagers nemen beklaagde kwalijk dat deze niet duidelijk is geweest over het geldende schriftelijkheidsvereiste bij de aankoop van de woning en dat er onvoldoende duidelijkheid en transparantie was over het verkoopproces. Bovendien beschuldigen zij beklaagde dat deze heeft meegewerkt aan discriminatie nu de woning niet aan hen maar aan een gezin met kinderen is verkocht. De Raad stelt allereerst vast de klacht tegen beklaagde zelf niet ontvankelijk is, nu deze geen lid van de NVM is. De klachten tegen diens kantoor zijn wel ontvankelijk. Geoordeeld wordt dat het verkoopproces niet transparant is verlopen en dat de klacht in die zin gegrond is. De klacht over discriminatie wordt afgewezen. Volgens de Raad staat niet vast dat hiervan sprake is geweest. Aan het kantoor van beklaagde wordt een berisping opgelegd als straf.   Zaaknummer: RvTZ 20210079

    Lees meer
  • 21-58 RvT Zuid

    Voorlichting/belangen niet-opdrachtgever. Verkoop aan derde. Beklaagde treedt op als verkopend makelaar. Met klagers bereikt hij mondeling overeenstemming over de verkoop van de woning. Er wordt door beklaagde een concept-koopovereenkomst aan klagers toegezonden. Over de inhoud van deze concept-koopovereenkomst wordt nog onderhandeld. Daarna bericht beklaagde dat zijn opdrachtgever (de verkoper) even pas op de plaats wil maken. Beklaagde geeft aan na zijn vakantie weer contact met klagers op te nemen. Na de vakantie van beklaagde deelt hij aan klagers mee dat de woning aan iemand anders verkocht is. Klagers dienen een klacht in over deze gang van zaken. De Raad oordeelt dat er civielrechtelijk geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, maar dat de handelswijze van beklaagde in deze niet correct is geweest. Hij had kunnen weten dat zijn opdrachtgever bezig was de woning aan een ander te verkopen en had klagers hierover moeten informeren. De Raad legt aan beklaagde een berisping op.   Zaaknummer: RvTZ 20210078

    Lees meer
  • 21-37 RvT Zuid

    Zaaknummer: RvTZ 20200077 Informatie aan niet-opdrachtgever. Onjuiste/onvolledige informatie. Klager heeft een woning gekocht waarbij beklaagde als verkopend makelaar is opgetreden. Na de aankoop krijgt klager een hogere aanslag overdrachtsbelasting dan verwacht, omdat een deel van het pand als bedrijfsruimte is bestemd. Klager stelt dat beklaagde hem hierover onjuist geïnformeerd heeft. Voorts stelt klager onjuist geïnformeerd te zijn over de status van het pand. Volgens klager zou beklaagde hebben aangeven dat het een bescherm stadsaanzicht betreft, terwijl bij het passeren bij de notaris bleek dat het pand een gemeentelijke monument is. Klager en beklaagde zijn ook nog in een discussie over schade die klager zou hebben geleden als gevolg van deze gang van zaken. In deze zaak kan de Raad zich echter alleen over het handelen van beklaagde in tuchtrechtelijke zin uitlaten. Daarbij komt de Raad tot het oordeel dat - hoewel het duidelijk was dat het pand een oude tandartspraktijk betrof - het op de weg van beklaagde had gelegen klager duidelijk te informeren over de bestemming van het pand en de fiscale consequenties daarvan. Deze klacht wordt gegrond verklaard. Ook het feit dat het een gemeentelijk monument betreft had beklaagde volgend de Raad op een juiste wijze moeten doorgeven aan klager. De Raad legt aan beklaagde als straf een berisping op.

    Lees meer