Uitspraken

  • 21-15 RvT Zuid

    Zaaknummer:RvTZ 20200076)   Totstandkoming koopovereenkomst. Informatie aan niet-opdrachtgever. Beklaagde is samen met een collega van zijn kantoor als verkopend makelaar betrokken bij de verkoop van een bedrijfspand. Klager is een geïnteresseerd koper. Uiteindelijk komt geen koopovereenkomst tot stand. De eigenaar besluit het bedrijfspand aan een ander te verkopen. Klager verwijt beklaagden dat hem tijdens het verkoopproces gebrekkige, althans onvolledige en/of misleidende informatie is verstrekt en dat beklaagden hebben meegewerkt aan “dubbele verkoop van het object”. Tot slot beklaagt klager zich in algemene zin over het over het handelen van beklaagden. De eerste twee klachten worden ongegrond verklaard door De Raad. Naar het oordeel van De Raad is niet gebleken dat onjuiste en/of misleidende informatie is verstrekt. Ten aanzien van de verkoop aan een ander oordeelt De Raad dat dit iets is tussen klager en de verkoper en dat in dit geval beklaagden niets kan worden verweten. De klacht over het handelen in algemene zin slaagt wel. Beklaagden hebben volgens De Raad kennelijk onvoldoende gedaan om aan het “eigengereid” handelen van hun opdrachtgever een eind te maken. Hiermee hebben beklaagden niet helemaal gehandeld zoals van een zorgvuldig handelend NVM-makelaar mag worden verwacht. De Raad legt echter geen straf op aan beklaagden.

    Lees meer
  • 21-14 RvT Zuid

    (Zaaknummer: RvTZ20200074)   Informatie aan niet-opdrachtgever. Onjuiste woonoppervlakte. Inschakelen extern meetbureau. Klager heeft een woning gekocht die beklaagde in verkoop had. Klager verwijt beklaagde dat deze een onjuiste opgave van de inhoud van de woning heeft gedaan. Klager heeft voor het inmeten van de woning gebruik gemaakt van een extern bureau. Klager erkent dat er een onjuistheid in de meting zit, maar is van mening dat het verschil niet significant is. De Raad verklaart de klacht van klager ongegrond. De Raad overweegt dat het beklaagde vrij stond het inmeten te laten uitvoeren door een extern bureau. Indien dit geschiedt, mag de makelaar in beginsel vertrouwen op de juistheid daarvan met dien verstande dat de makelaar een marginale toetsing dient door te voeren. Naar de mening van de Raad leidt het onderhavige meetrapport niet tot de onmiddellijke gevolgtrekking dat van een evidente of kennelijke omissie of fout sprake is.

    Lees meer
  • 21-1 RvT Zuid

    DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   Schijn van belangenverstrengeling. Zakelijke en voorheen persoonlijke relatie met koper niet gemeld.   Klagers geven beklaagde opdracht een hen door een erfenis toegekomen woning te verkopen. Deze slaagt daarin. Na de eigendomsoverdracht komen klagers tot de ontdekking dat de makelaar voorheen een persoonlijke en thans nog een frequente zakelijke relatie met de koper had/heeft waarvan zij klagers niets vertelde. De raad is van oordeel dat de makelaar klagers zeker van die zakelijke relatie op de hoogte had moeten stellen. Thans is de schijn van belangenverstrengeling gewekt.

    Lees meer
  • 20-98 RvT Zuid

     RvTZ20200070 DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGINGVAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------     Beweerdelijk onvoldoende informatie. Controle door makelaar op vragenlijst verkoop.   Klagers kopen een woning die door een makelaar te koop wordt aangeboden. Nadat het huis aan hen is geleverd, ontstaat tussen hen en de verkopers een geschil over gebreken aan het pand, i.h.b de aanwezigheid van asbest. De procedure die klagers aanspannen wordt door hen verloren. Daarop klagen zij de makelaar en diens kantoor aan. Zij stellen dat de makelaar hen onjuist c.q. onvolledig heeft ingelicht en dat de makelaar de door verkopers ingevulde vragenlijst over de woning had moeten controleren. De raad overweegt dat dit laatste alleen dan zou moeten als er voor de makelaar aanleiding is om te vermoeden dat door de verkoper onjuiste mededelingen zijn gedaan of dat hij bekend zou moeten zijn met bepaalde gebreken. Dit is in casu niet het geval.

    Lees meer
  • 20-97 RvT Zuid

    RvTZ20200068   DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   Strijdigheid belangen van opdrachtgevers: aanvaarden van opdracht tot verkoop van een woning en opdracht tot verkoop van pand van koper van die woning. Klacht tegen kandidaat-NVM makelaar niet ontvankelijk.   Klaagster geeft opdracht tot verkoop van haar woning. De verkoop wordt behandeld door een kandidaat-makelaar van het makelaarskantoor. Na ruim een jaar komt een koopovereenkomst tot stand. Nog voordat de koopakte door klaagster is ondertekend aanvaardt de kandidaat-make-laar een opdracht tot verkoop van de woning van de kopers van klaagsters pand. Klaagster is van mening dat zij dit had moeten weten en heeft het gevoel dat haar belangen niet goed zijn behartigd. De raad van toezicht is van oordeel dat de kandidaat-makelaar onjuist heeft gehandeld. Vanwege het feit dat hij zelf geen NVM-makelaar is, is zijn kantoor tuchtrechtelijk aansprakelijk. De klacht is gegrond.

    Lees meer
  • 20-96 RvT Zuid

    RvTZ20200069   DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------     Wijziging in vragenlijst aangebracht. Informatie hierover aan kopers. Controle vragenlijst door makelaar. Klacht tegen kandidaat-makelaar.   Klagers kopen een woning die door een makelaarskantoor wordt aangeboden. Bij de verkoopinformatie zat een door de verkopers ingevulde vragenlijst waarop o.a. stond dat de woning geïsoleerd was. Als de verkopers de door hen getekende koopovereenkomst op het makelaarskantoor afgeven zeggen zij dat zij de vragenlijst op het punt van de isolatie gewijzigd hebben. Van dat feit worden klagers niet onmiddellijk op de hoogte gesteld als zij de koopakte komen ophalen, maar wel telefonisch nog voordat zij de stukken gelezen hebben. De raad meent dat dit direct aan klagers had moeten gemeld, maar nu dit nog wel is gebeurd voordat de kopers tekende,n is dit geen reden voor een maatregel. Een makelaar is niet gehouden om een door zijn opdrachtgever ingevulde vragenlijst te controleren tenzij daartoe voor hem duidelijke aanwijzingen bestaan. Een klacht tegen een kandidaat-NVM makelaar kan niet in behandeling worden genomen.

    Lees meer
  • 20-80 RvT Zuid

      Geen schriftelijke koopovereenkomst. Mondelinge overeenstemming. Klagers bereiken op enig moment mondeling overeenstemming over de aankoop van een appartement. Beklaagde treedt op als verkopend makelaar. Nadat beklaagde de concept koopovereenkomst heeft toegestuurd aan klagers, blijft ondertekening uit. De verkoper wil uiteindelijk de koopovereenkomst niet tekenen en verkoopt het appartement aan een derde. Klagers zijn ontevreden over deze gang van zaken en verwijten beklaagde klachtwaardig handelen. De Raad komt tot het oordeel dat het een particulier verkoper vrij staat nog met een ander in zee te gaan, totdat een schriftelijke koopovereenkomst tot stand is gekomen. Bovendien hebben klagers niet kunnen onderbouwen op welke wijze beklaagde tuchtrechtelijk tekort zou zijn geschoten in de uitvoering van zijn werkzaamheden als makelaar. De klacht wordt ongegrond verklaard.   (Zaaknummer:RvTZ20200066)   DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.

    Lees meer
  • 20-79 RvT Zuid

    (Zaaknummer:RvTZ20200064)   Ondeugdelijke taxatie: niet in redelijkheid tot waardering hebben kunnen komen. Klager, zijn zoon en twee broers van klager zijn aandeelhouder in een bedrijf. Zij besluiten tot splitsing van het bedrijf, hetgeen uiteindelijk leidt tot een rechtszaak. In deze zaak brengen de broers van klager ter onderbouwing van hun standpunt een taxatierapport opgesteld door beklaagde in. Beklaagde heeft de gronden in eigendom van het bedrijf getaxeerd. Volgens klager heeft beklaagde de gronden ‘onjuist en niet tegen de marktwaarde getaxeerd en daarom niet gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam taxateur mag worden verwacht.’ De Raad bespreekt de klachten van klager, en komt uiteindelijk tot de conclusie dat de taxatie op meerdere onderdelen onduidelijk c.q. onbegrijpelijk is. De klacht wordt gegrond verklaard. Aan beklaagde wordt de maatregel van berisping opgelegd.

    Lees meer
  • 20-53 RvT Zuid

    DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.   Conflict over staat van onderhoud bij einde huur. Geen inspectierapporten opgemaakt.   Klaagster huurt enige tijd een studio die door beklaagde te huur wordt aangeboden. Bij haar vertrek ontstaat een conflict over de staat  van oplevering van het gehuurde. De makelaar houdt een deel van de destijds betaalde waarborgsom in. De klacht dat de makelaar de eindinspectie niet zorgvuldig verrichtte en of terecht een deel van de waarborgsom is ingehouden, is niet-ontvankelijk. Het oordeel daarover is aan de gewone rechter. De raad verwijt de makelaar dat noch bij de aanvang van de huur noch bij de beëindiging daarvan door of namens hem een inspectierapport is opgemaakt. Dat had van een professioneel dienstverlener als een makelaar mogen worden verwacht.  

    Lees meer
  • 20-55 RvT Zuid

    (Zaaknummer: RvTZ201960)   DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   Een opdrachtgever laat in het kader van het verstrekken van een geldlening onroerend goed taxeren door een makelaar, aangezien op dit onroerend goed een hypotheek zal worden gevestigd behorende bij de geldlening. Nadat de geldlening niet wordt nagekomen, wordt overgegaan tot verkoop van het onroerend goed. Op dat moment wordt opnieuw getaxeerd, maar tegen een lagere waarde. Voor deze lagere waarde wordt ook verkocht. De opdrachtgever verwijt dat makelaar dat deze in eerste instantie te laag getaxeerd heeft.   De klacht wordt uiteindelijk door de Raad niet ontvankelijk verklaard, omdat deze niet binnen een redelijke termijn is ingesteld. Het oorspronkelijke taxatierapport is van 12 maart 2012, en de klacht werd ingesteld op 19 juni 2019. Op grond van de jurisprudentie is de Raad van oordeel dat een termijn van 5 jaar als een redelijke termijn kan worden aangehouden, en dat deze termijn in dit geval ruimschoots overschreden is.

    Lees meer