Uitspraken

  • CR 14/2251 CRvT

    DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.   Met vertraging nakomen bindend advies. Doen escaleren van een geschil. Verwijderen van promotiefilm van YouTube.   Een makelaar krijgt van klager de opdracht tot verkoop van zijn woning. Afgesproken wordt dat geen courtage verschuldigd zal zijn als de verkoper na 12 maanden zijn opdracht intrekt. Als deze dat na ruim 16 maanden doet, zendt de makelaar een nota voor intrekkingskosten. Klager legt het hierover ontstane geschil voor aan de Geschillencommissie Makelaardij die hem in  het gelijk stelt. De makelaar dient ook het door klager betaalde klachtgeld aan klager te vergoeden. Dit weigert zij aanvankelijk met het argument dat zij haar advocaat wil raadplegen om het bindend advies eventueel aan te tasten. Pas nadat de Geschillencommissie en de NVM zich ermee bemoeien, betaalt de makelaar het klachtgeld alsnog. Net als de raad van toezicht is de Centrale Raad van oordeel dat de makelaar het geschil over een op zich futiel bedrag heeft laten escaleren. Als zij het bindend advies had willen aantasten had zij dat met voortvarendheid moeten doen. Het verweer van de makelaar dat zij het promotiefilmpje van klagers woning niet van YouTube kan verwijderen omdat zij het wachtwoord kwijt is, gaat niet op. Als een professioneel dienstverlener van zo’n medium gebruik maakt, dient hij er voor te zorgen dat hij de zaken die hij erop zet, er ook weer van kan verwijderen.

    Lees meer
  • CR 11/2391 CRvT

    DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM   Opzegging lidmaatschap en aansluiting. Enkele feit van veel klachten en geschillen niet voldoende voor opzegging.   De NVM heeft het lidmaatschap van een makelaarsonderneming en de aansluiting van de enige daaraan verbonden makelaar opgezegd op grond van het feit dat beide in een lange reeks van jaren een grote hoeveelheid en geschillen hebben veroorzaakt. Een en ander is terug te voeren op een wijze van communiceren en een extreme achterdocht. Nu de NVM niet concreet aangeeft welke (vorm van) communicatie tot de klachten hebben geleid, heeft de NVM haar stelling niet voldoende onderbouwd en slaagt het beroep tegen de opzeggingen.

    Lees meer
  • CR 09/2229 CRvT

    DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.   Intrekking opdracht. Aangetekend verzonden post niet afgehaald, wel reactie op e-mail.   Klaagster is ontevreden over de dienstverlening van de makelaar bij de verkoop van haar woning. Zij kondigt per e-mail aan de relatie te zullen beëindigen en bevestigt die opzegging enige dagen later per aangetekend schrijven. Het blijft onduidelijk of dit daadwerkelijk is gebeurd. Enige weken later deelt klaagster  - in haar visie nogmaals -  per e-mail mede de opdracht in te trekken en bevestigt dit per aangetekende brief. Die brief wordt door de makelaar niet afgehaald. Nu de makelaar wel op de e-mail van diezelfde dag met dezelfde inhoud als de brief reageerde, valt haar niet te verwijten dat zij de aangetekend verzonden brief niet afhaalde. Nu niet vaststaat dat al eerder een aangetekend schrijven door klaagster is verzonden, valt de makelaar evenmin te verwijten dat zij daarop niet reageerde.

    Lees meer
  • 20-85 RvT West

    Stichting Tuchtrechtspraak NVM Uitspraak d.d. 29 september 2020   Afwijking tussen concept-koopovereenkomst en definitieve – ander kadastraal perceel en kleinere perceelsgrootte.   Klagers kopen woning die door beklaagde wordt aangeboden. De perceelgrootte be-draagt volgens de verkoopdocumentatie 465 m². Klagers zijn enthousiast over de woning en besluiten tot aankoop. In de concept-koopovereenkomst wordt genoemde 465 m² genoemd. Bij gelegenheid van een bezoek voor enige opmetingen krijgen klagers de definitieve koopakte welke zij ondertekenen. Twee maanden later vindt de overdracht plaats. Enige tijd daarna ontdekken klagers dat zij geen eigenaar zijn geworden van een strook van 123 m² die bij de verkoopster in eigendom is gebleven. Klagers hebben weliswaar het recht van overpad maar zij mogen er geen auto parkeren. Dan blijkt dat de definitieve koopakte afwijkt van het eerdere concept. Er is sprake van een ander kadastraal perceel en een kleiner oppervlak. De makelaar kan niet achterhalen waardoor een en ander is gebeurd. Hoe dit ook ge-beurd mag zijn, de raad rekent het de makelaar aan. Hij had erop toe moeten zien dat er tussentijds wijzigingen in de stukken werden aangebracht en klagers daarover moeten inlichten. Dat klagers zelf hun onderzoeksplicht hebben verzaakt, zoals de makelaar stelt, gaat niet op.  

    Lees meer
  • 20-84 RvT West

    Stichting Tuchtrechtspraak NVM Uitspraak d.d. 21 september 2020   RAAD VAN TOEZICHT WEST VAN DE NEDERLANDSE VERENING VAN MAKELAARS NVM   Meetinstructie niet gevolgd. Af en toe als wachtruimte gebruikte garage tot woonoppervlak gerekend.   Klagers kopen in 2012 een woning die door beklaagde wordt aangeboden. In de ver-koopdocumentatie wordt een woonoppervlak van 165 m² vermeld. Als klagers in 2017 besluiten om de woning te verkopen komt de door hen ingeschakelde makelaar tot een woonoppervlak van 145 m². Twee andere in opdracht van klagers uitgevoerde metingen komen tot nagenoeg dezelfde uitkomst. De makelaar stelt dat de garage tot het woonoppervlak is gerekend omdat deze als wachtruimte voor de in het huis gevestigde schoonheidssalon wordt gebruikt. Dit ver-weer gaat niet op nu uit de foto’s van de garage duidelijk blijkt dat deze als stalling e.d. dient. Verder blijkt dat het maar sporadisch voorkwam dat er klanten moesten wachten. De makelaar geeft toe dat er bij het berekenen van het zolderoppervlak met een rolmaat te weinig rekening is gehouden met het schuine dak. De klacht is gegrond.  

    Lees meer
  • 20-83 RvT Amsterdam

    Belangenbehartiging opdrachtgever. Klaagster en haar (voormalig) partner hebben beklaagde in 2010 een opdracht tot verkoop van hun appartement gegeven. Klaagster heeft deze opdracht enige tijd later weer ingetrokken omdat zij ontevreden was over de dienstverlening door beklaagde. Kort daarop heeft klaagster het appartement zelf verkocht. Beklaagde kwam erachter dat de koper eerder door hem was aangedragen en eiste alsnog betaling voor zijn diensten. Klaagster en beklaagde hebben daar in 2011 en 2012 enige tijd contact over gehad. Klaagster heeft daarbij uiteindelijk een voorstel gedaan om de zaak minnelijk te regelen. Op dit voorstel is door beklaagde nimmer gereageerd. Vervolgens werd klaagster in 2019 door een incassobureau benaderd voor betaling van de vordering van beklaagde. Hierop heeft zij een klacht ingediend bij de Raad. De Raad oordeelt twee van de drie klachten van klaagster gegrond en legt beklaagde de maatregel van berisping op. Daarnaast krijgt beklaagde een boete.   Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   RvT 11/20

    Lees meer
  • 20-82 RvT Amsterdam

    200 BELANGENBEHARTIGING OPDRACHTGEVER. Klagers hebben eind 2017 contact gehad met beklaagde over de mogelijke verkoop van hun woning. In 2018 wordt de opdracht tot verkoop van de woning ondertekend. Er worden een aantal werkzaamheden verricht, waaronder het maken van foto’s. Omdat klagers nog op zoek zijn naar een andere woning wordt de verkoop nog niet opgestart. Als beklaagde vervolgens in 2019 naar de stand van zaken vraagt, merken klagers op dat zij graag contact willen met de medewerker die zij in 2017 hebben ontmoet. Deze is niet meer werkzaam bij beklaagde. Na enige communicatie over en weer besluiten klagers niet met een nieuwe medewerker van beklaagde samen te willen werken. Zij willen de overeenkomst beëindigen. Beklaagde stuurt hierop een rekening. Daar zijn klagers het niet mee eens. Bovendien klagen klagers over de communicatie van de zijde van beklaagde. De Raad oordeelt in deze procedure dat zij geen oordeel kan geven over de hoogte van de eindafrekening. Dit is voorbehouden aan de burgerlijk rechter. Wel acht de Raad de klacht omtrent de communicatie door beklaagde gegrond.     Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   RvT 12/20

    Lees meer
  • 20-81 RvT Amsterdam

    De klager in deze zaak probeerde al enige tijd zijn ouderlijk huis te verkopen. Op enig moment sluit hij met beklaagde een overeenkomst tot verkoop van de woning, waarbij wordt afgesproken dat beklaagde samenwerkt met de eerdere makelaar van klager. Daarover worden per e-mail afspraken gemaakt, onder andere over de courtage. Nadat de woning verkocht is, betaalt klager de factuur van zijn eerdere makelaar. Kennelijk in de veronderstelling dat deze en beklaagde samen onderling afrekenen. Beklaagde dient echter een factuur in bij klager en schakelt - nader deze niet betaald wordt - een incassobureau in. De Raad oordeelt dat zij niet bevoegd is een uitspraak te doen over de verschuldigdheid van de factuur. Wel verklaart de Raad de klacht over de communicatie door beklaagde gegrond. Naar het oordeel van de Raad heeft beklaagde in strijd met de Erecode gehandeld. Aan beklaagde wordt een boete en een berisping opgelegd.   Raad van Toezicht Amsterdam van de Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars en Taxateurs in onroerende goederen NVM U.A.   RvT 8/20

    Lees meer
  • 20-80 RvT Zuid

      Geen schriftelijke koopovereenkomst. Mondelinge overeenstemming. Klagers bereiken op enig moment mondeling overeenstemming over de aankoop van een appartement. Beklaagde treedt op als verkopend makelaar. Nadat beklaagde de concept koopovereenkomst heeft toegestuurd aan klagers, blijft ondertekening uit. De verkoper wil uiteindelijk de koopovereenkomst niet tekenen en verkoopt het appartement aan een derde. Klagers zijn ontevreden over deze gang van zaken en verwijten beklaagde klachtwaardig handelen. De Raad komt tot het oordeel dat het een particulier verkoper vrij staat nog met een ander in zee te gaan, totdat een schriftelijke koopovereenkomst tot stand is gekomen. Bovendien hebben klagers niet kunnen onderbouwen op welke wijze beklaagde tuchtrechtelijk tekort zou zijn geschoten in de uitvoering van zijn werkzaamheden als makelaar. De klacht wordt ongegrond verklaard.   (Zaaknummer:RvTZ20200066)   DE RAAD VAN TOEZICHT ZUID VAN DE NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.

    Lees meer
  • 20-79 RvT Zuid

    (Zaaknummer:RvTZ20200064)   Ondeugdelijke taxatie: niet in redelijkheid tot waardering hebben kunnen komen. Klager, zijn zoon en twee broers van klager zijn aandeelhouder in een bedrijf. Zij besluiten tot splitsing van het bedrijf, hetgeen uiteindelijk leidt tot een rechtszaak. In deze zaak brengen de broers van klager ter onderbouwing van hun standpunt een taxatierapport opgesteld door beklaagde in. Beklaagde heeft de gronden in eigendom van het bedrijf getaxeerd. Volgens klager heeft beklaagde de gronden ‘onjuist en niet tegen de marktwaarde getaxeerd en daarom niet gehandeld zoals van een redelijk handelend en redelijk bekwaam taxateur mag worden verwacht.’ De Raad bespreekt de klachten van klager, en komt uiteindelijk tot de conclusie dat de taxatie op meerdere onderdelen onduidelijk c.q. onbegrijpelijk is. De klacht wordt gegrond verklaard. Aan beklaagde wordt de maatregel van berisping opgelegd.

    Lees meer