Uitspraken

  • 21-51 RvT West

    Pand voor te lage prijs verkocht?                     Klaagster biedt mede namens haar broer en zus het pand van hun overleden moeder aan via beklaagde onder de noemer n.o.t.k.. Al gauw melden zich gegadigden met biedingen tussen de 4 en 5 ton. De hoogste bieder wordt een tegenvoorstel gedaan van € 5,5 ton waarop deze € 525.000 biedt. Op dat moment is nog een andere belangstellende in beeld die echter alleen nadere informatie had opgevraagd en nog geen bezichtiging had verzocht. In overleg met klaagster wordt besloten het bod van € 525.000 te accepteren. Kort daarop dringt de andere belangstellende aan op alsnog een bezichtiging en daarna doet deze een bod van € 625.000. Het lukt vervolgens niet om van de eerste koper af te komen, Het verwijt van klaagster dat de makelaar haar te snel heeft doen besluiten met de eerste koper in zee te gaan, is niet terecht. Met klaagster zijn alle voors en tegens van het bod van € 525.000 afgewogen. Er was op dat moment voor de makelaar geen aanleiding de persoon die uiteindelijk een hoger bod deed, als een serieuze gegadigde aan te merken.                

    Lees meer
  • 21-50 RvT West

    Biedingsproblematiek. Twee tijdig uitgebrachte biedingen.             Klagers doen binnen de door de makelaar gestelde termijn een bod op een woning welk bod door de verkoper wordt geaccepteerd. Nadat dit aan klagers is meegedeeld, blijkt in de spambox van het makelaarskantoor een eveneens tijdig uitgebracht hoger bod te zitten. In overleg met de verkoper wordt aan klagers een tegenvoorstel gedaan ter hoogte van dat andere hogere bod hetgeen klagers accepteren. De klacht van klagers dat de biedprocedure is geschonden is niet terecht. Het feit dat de bieding was aanvaard, betekende niet dat sprake was van een perfecte koopovereenkomst; die komt immers pas tot stand bij een door koper en verkoper getekende koopakte. Het kantoor heeft juist gehandeld door in overleg met de verkoper klagers een tegenvoorstel te doen.  

    Lees meer
  • 21-49 RvT West

    Onjuiste verkoopinformatie over VvE.             Klaagster is de eigenaresse van de benedenwoning van het pand waarvan beklaagde de bovenwoning verkoopt. De informatie over de VvE waarvan beide woningen deel uitmaken was aanvankelijk niet geheel juist. Nadat beklaagde daarop was gewezen heeft deze de informatie aangepast maar telkens naar het oordeel van klaagster in onvoldoende mate. De raad van toezicht acht de aangepaste informatie niet incorrect.

    Lees meer
  • 21-48 RvT West

    Afgebroken onderhandelingen. Gegadigde niet opnieuw benaderd bij hernieuwde verkoop. Pand aan derde verkocht die relatie met het makelaarskantoor heeft.            Klagers bereiken prijsovereenstemming over een woning die bij beklaagden in verkoop is, maar de onderhandelingen worden afgebroken omdat geen overeenstemming wordt bereikt over aanwezig asbest. Het pand wordt vervolgens van Funda gehaald en enige maanden later opnieuw aangemeld nadat asbestsanering heeft plaatsgevonden. In overleg met de verkoper worden klagers hierover niet benaderd. Vervolgens wordt de woning voor een aanzienlijk lager bedrag verkocht aan een derde wiens dochter freelance-werkzaamheden voor het makelaarskantoor verricht.          De klacht dat het kantoor zonder klagers te informeren voor een veel lager bedrag verkocht aan een relatie van het kantoor is ongegrond. Beklaagden hebben hun opdrachtgever exact geïnformeerd over de gang van zaken en over de (indirecte) relatie van de kopers met het kantoor.

    Lees meer
  • 21-42 RvT West

    Ref:  21/01   Informatie aan opdrachtgever. Onjuiste gebruiksoppervlakte. Belangenverstrengeling. Beklaagde treedt in 2015 voor klagers op als makelaar bij de verkoop van hun woning. Bij de verkoop wordt uitgegaan van een woonoppervlakte van 90 m2. In 2020 ontdekken klagers dat een van hun voormalige buren hun woning verkopen, waarbij een woonoppervlakte van 92 m2 op Funda staat vermeld. Dit bevreemdt klagers, aangezien zij van mening zijn dat hun voormalige woning groter was. Na enige communicatie hierover met beklaagde dienen klager een klacht in. Zij verwijten beklaagde dat de Meetinstructie (NEN 2580) niet juist is toegepast. Voorts verwijten zij beklaagde dat deze ook namens de kopers van hun woning is opgetreden en verwijten zij beklaagde de wijze waarop hij over deze situatie communiceert. Beklaagde verweert zich, maar kan niet aantonen dat de Meetinstructie wel door hem is toegepast. De Raad verklaart dat onderdeel van de klacht gegrond. De klacht over belangenverstrengeling wordt bij gebrek aan onderbouwing ongegrond verklaard. De klacht over de wijze van communicatie wordt wel gegrond verklaard. Aan beklaagde wordt als straf een berisping opgelegd.

    Lees meer
  • 21-41 RvT West

    Ref:  20/08   Belangenbehartiging opdrachtgever. Onvoldoende belangenbehartiging. Klachten over communicatie. Klager heeft beklaagde ingeschakeld om een woning te verkopen. Uiteindelijk slaagt beklaagde daar niet in. Wel was er op enig moment een koper gevonden, maar de overdracht bij de notaris kon niet doorgaan i.v.m. een gerechtelijke procedure aan de kant van klager. Daarna is op enig moment de opdracht aan beklaagde ingetrokken door klager, waarna beklaagde aan klager een factuur heeft gezonden. Klager schrijft vervolgens een negatieve recensie op Funda over beklaagde. Over deze recensie communiceren partijen via de e-mail. Uiteindelijk dient klager een tuchtklacht in tegen beklaagde. Daarbij worden door klager acht verwijten gemaakt aan beklaagde, onder andere over de wijze van communiceren. Beklaagde voert gemotiveerd verweer. De Raad verklaart uiteindelijk alle klachten ongegrond. Door klager is niet voldoende aangetoond dat beklaagde tuchtrechtelijk laakbaar zou hebben gehandeld.

    Lees meer
  • 21-33 RvT West

    Meetinstructie. Twee verschillende woonoppervlaktes vermeld.             Beklaagde zet in 2016 een woning te koop en vermeldt in de verkoopdocumentatie zowel een woonoppervlak van 133 m² als van 155 m²; op Funda wordt alleen 155 m² genoemd Klager koopt de woning. Als hij de woning in 2020 weer verkoopt komt een meetbureau tot 122,3 m². Dan blijkt dat het kantoor in 2016 een fout heeft gemaakt. Ook kan het kantoor niet reproduceren hoe het destijds tot de maatvoering is gekomen. De raad van toezicht acht e.e.a. onzorgvuldig.

    Lees meer
  • 21-20 RvT West

    Verplichtingen vanuit VvE na de verkoop.             Klagers verkopen via een eigen makelaar op 4 juni 2020 een appartement dat op 3 augustus zal worden geleverd. In juli 2020 besluit de VvE dat de eigenaren een eenmalige bijdrage van € 4500 moeten betalen. Klagers leiden dit besluit door naar de kopers. Kort voor de overdracht deelt de makelaar van kopers (beklaagde) mede dat zijn cliënten de koopsom met € 4500 wensen te verlagen en anders niet mee te zullen werken aan het transport. Na overleg met hun makelaar gaan klagers alsnog accoord. Het verwijt van klagers dat beklaagde een onjuist standpunt innam ten aanzien van de extra kosten is niet terecht: beklaagde bracht slechts het standpunt van zijn opdrachtgevers over.

    Lees meer
  • 21-19 RvT West

    Geen schriftelijkheidsvereiste bij verkoop aan ondernemer.             Een makelaarskantoor biedt een appartement te koop aan. Op 17 augustus wordt met een koper die handelt uit beroep of bedrijf mondeling een koopovereenkomst gesloten. De makelaar weet dit, maar beseft niet dat het schriftelijkheidsvereiste van de overeenkomst in zo’n geval niet geldt. Een paar dagen later wordt met klager, eveneens een onderneming, mondeling een koopovereenkomst bereikt. Kort daarop deelt het kantoor aan klager mede dat de verkoper de voorkeur aan de eerdere koper geeft, mede omdat dat een particulier zou zijn. De raad is van oordeel dat het beklaagde valt aan te rekenen dat men zich niet bewust was dat bij verkoop aan een ondernemer het schriftelijkheidsvereiste niet geldt. Het verweer dat de verkoper de voorkeur gaf aan verkoop aan een particulier lijkt moeilijk te rijmen met het feit dat degene aan wie uiteindelijk verkocht en geleverd is, ook een ondernemer is.

    Lees meer
  • 21-11 RvT West

    Meetinstructie. Belangenafweging bij ontvankelijkheid klacht na tijdsverloop. Klager heeft in 2017 belangstelling voor een woning die bij beklaagde in de verkoop is. Als woonoppervlak wordt 192 m² vermeld. Via zijn aankoopmakelaar uit hij twijfels over de juistheid van deze maatvoering welke twijfels door zijn eigen makelaar worden gedeeld. Hij laat dit erbij zitten en gaat tot aankoop over. Als hij in 2019 zijn woning weer wil verkopen laat hij deze door een professioneel bureau inmeten. Dan komt een woonoppervlak van 164 m² naar boven. Dan blijkt dat beklaagde abusievelijk de kelder en de vliering als woonoppervlak heeft meegerekend. Het verweer dat de klacht te laat is ingediend gaat niet op. De raad weegt bij een laat ingediende klacht de wederzijdse belangen af. Weliswaar had klager al bij de aankoop zijn twijfels maar pas na de inmeting in 2019 kwam de werkelijke woonoppervlakte aan het licht en niet lang daarna diende klager zijn klacht in. De makelaar heeft de meetinstructie niet juist gevolgd. Omdat klager destijds op de hoogte was van een mogelijk onjuist opgegeven woonoppervlak maar niettemin overging tot aankoop, en omdat beklaagde zijn fout heeft erkend volstaat de raad met enkel de gegrondbevinding van de klacht en een kostenveroordeling.

    Lees meer