Uitspraken

  • 19-53 RvT West

    19-53 RvT West 205 OVERIG Ambtshalve verbetering. Eén van de beklaagden blijkt alsnog geen NVM-lid te zijn. Herstelbeslissing. De Raad heeft in de onderhavige zaak al eerder uitspraak gedaan. Inmiddels is gebleken dat in die uitspraak ten onrechte is vermeld dat de beide beklaagden lid van de NVM zijn. Het betrokken makelaarskantoor is lid van de NVM maar de andere beklaagde is een medewerker. De klacht wordt daarom beschouwd als alleen te zijn gericht tegen het makelaarskantoor en de beslissing wordt in die zin aangepast.

    Lees meer
  • 19-51 RvT West

      19-51 RvT West       200 BELANGENBEHARTIGING OPDRACHTGEVER   Onvoldoende belangenbehartiging. Verkoopopdracht van ex-partners. Onvoldoende overleg met opdrachtgever. Communicatie via één van de beide opdrachtgevers/ex-partners. Geheimhouding vertrouwelijke gegevens. Ongepast optreden.     Klager en zijn ex-partner hebben beklaagde een opdracht tot dienstverlening bij de verkoop van hun woning verstrekt. Klager verwijt beklaagde dat hij partijdig was. Beklaagde zou met de ex-partner van beklaagde goed hebben gecommuniceerd maar klager onvoldoende hebben geïnformeerd. Bovendien zou beklaagde suggestieve informatie over klager aan derden hebben verstrekt en daarmee de privacy van klager hebben geschonden.   De Raad overweegt dat nu het beklaagde bekend was dat klager en zijn ex-partner uit elkaar waren en zij samen eigenaar waren van de te verkopen woning, beklaagde in beginsel zijn beide opdrachtgevers had moeten informeren. Beklaagde heeft dit niet gedaan maar onder de onderhavige omstandigheden acht de Raad dat niet tuchtrechtelijk laakbaar. Bij de opdrachtverlening hebben klager en zijn ex-partner alleen het e-mailadres van klagers ex-partner opgegeven. De stelling van klager dat hij expliciet heeft aangegeven dat in tweevoud moest worden gecommuniceerd, is niet komen vast te staan. Voorts is niet gebleken dat klager tegen de communicatie via zijn ex-partner heeft geprotesteerd. Voor het verlengen van de termijn voor de financiering van de kopers, was in beginsel zowel van klager als van zijn ex-partner toestemming nodig. In de gegeven omstandigheden en gelet op de zeer korte verlengingstermijn (2 weken) acht de Raad het feit dat beklaagde ervan uitging dat dit uitstel de instemming van klager had, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Nu evenmin is komen vast te staan dat beklaagde suggestieve informatie over klager aan derden heeft verstrekt, wordt de klacht ongegrond verklaard.      

    Lees meer
  • 19-29 RvT West

    19-29 RvT West Ref: 27/131.794 RAAD VAN TOEZICHT WEST VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS NVM Verstrekken van vertrouwelijke informatie aan derde. Geen onbetrouwbare en niet- deskundige afhandeling opdracht. Klager is eigenaar van een pand dat hij via beklaagde te koop aanbiedt. Daarop wordt tussen klager en een onderneming onderhandeld. Er komen diverse versies van een koopover-eenkomst op tafel maar er wordt niet getekend. Dan ontstaat discussie over de vraag of er wilsovereenstemming tussen partijen is ontstaan. Als op een dag de advocaat van de vermeende koper onverwacht op het makelaarskantoor verschijnt, geeft de medewerker die de zaak behandelt, alle correspondentie aan de advocaat mee. De raad van toezicht is van oordeel dat die correspondentie een vertrouwelijk karakter heeft en dus niet had mogen worden verstrekt. Dat de medewerker zich onverhoeds geconfronteerd zag met de advocaat van de tegenpartij van zijn opdrachtgever en dacht dat hij verplicht was om aan diens verzoek gevolg te geven, is geen excuus. Dat geldt ook de stelling dat de rechter de makelaar ook wel gedwongen zou hebben om de stukken af te geven. Het gebeurde rechtvaardigt niet de stelling dat het makelaarskantoor zijn opdracht onbetrouwbaar en ondeskundig heeft afgewikkeld.

    Lees meer
  • 19-28 RvT West

    19-28 RvT West Ref: 027/132.127 RAAD VAN TOEZICHT WEST VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS NVM Rechtstreeks contact met cliënt van andere makelaar. Onbekendheid daarmee. Geen onjuiste informatie over huurvoorwaarden. Beklaagde is beheerder van een winkelcomplex waarin een unit vrijkomt door het vertrek van de huurder. Klager informeert naar de huurcondities. Een paar maanden later informeert een gegadigde eveneens naar de huurcondities. Deze wordt niet verteld dat de vertrekkende huurder een huurkorting die niet overdraagbaar is, geniet. Wel deelt beklaagde mede dat de kosten in verband met een indeplaatsstelling gemeenlijk bij de vertrekkende huurder in reke-ning worden gebracht. Nu het voor beklaagde niet aanstonds duidelijk was dat de gegadigde een cliënt van klager was, valt deze niet te verwijten dat hij met die gegadigde sprak. Zodra hem dat duidelijk was heeft hij deze naar klager verwezen. De mededelingen van beklaagde aan de gegadigde over de kosten verbonden aan een indeplaatsstelling zijn begrijpelijk.

    Lees meer
  • 19-09 RvT West

    Onvoldoende voorlichting inzake erfpacht. Geen niet-ontvankelijkheid wegens niettijdig indienen van klacht. Klager heeft in 2015 via inschakeling van beklaagde een woning gekocht op erfpachtgrond. De erfpacht is tot 2035 afgekocht en jaarlijks is koper een klein bedrag aan administratiekosten verschuldigd. In 2017 bericht de gemeente aan klager dat er een nieuwe afkoopregeling voor de erfpacht van kracht is geworden. In die regeling wordt een concreet fors bedrag voor de afkoop genoemd. Pas dan wordt klager duidelijk hoe de erfpachtregeling in elkaar steekt en wat de consequenties voor hem betekenen.  De raad van toezicht stelt vast dat de makelaar te kort is geschoten in het uitleggen van de erfpachtregeling. Tussen het moment dat klager de consequenties van de erfpacht gewaar werd en het indienen van de klacht ligt minder dan een jaar. Dat leidt niet tot niet-ontvankelijkheid wegens het niet-inachtnemen van een redelijke termijn.

    Lees meer
  • 19-14 RvT West

    19-14 RvT West Ref: 18/04 RAAD VAN TOEZICHT WEST VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS NVM Tijdsverloop tussen taxatie en klacht. Belang klaagster bij klacht. Beweerdelijk te lage taxatie. Geen rekening gehouden met hogere koopprijs kort vóór taxatie. Klaagster raakt 6 jaar na dato ermee bekend dat beklaagde in opdracht van haar broer een taxatie heeft verricht kort nadat haar ouders het getaxeerde appartement hadden aangekocht. De koopsom bedroeg €249.990 (de vraagprijs) en de taxatiewaarde van een maand later € 220.000 voor welk bedrag haar broer het appartement overnam. Nu haar moeder als laatste van haar ouder is overleden eist zij haar legitieme portie op en dit kader raakte zij bekend met de taxatie. Zij meent dat de makelaar ten onrechte niet de aankoopprijs van kort tevoren vermeldde en dat onverklaarbaar is dat het object in zo korte tijd zoveel in waarde daalde nadat nota bene nog verbouwingen zijn gepleegd. Ook acht zij het onjuist dat de makelaar taxeerde nu zij destijds werkzaam was op hetzelfde kantoor dat met de verkoop van het appartement was belast. De raad van toezicht acht klaagster ontvankelijk nu zij pas in 2018 op de hoogte kwam van de taxatie uit 2012. Aan het taxatierapport zat een kadastraal uittreksel gehecht waarop de eerdere koopsom stond. Overigens is vermelding van zo’n koopsom niet gebruikelijk. Terecht heeft de makelaar niet de eerder koopsom als referentie gebruikt. De makelaar was niet als makelaar betrokken bij de verkoop aan de ouders van klaagster. De klacht is ongegrond.

    Lees meer
  • 19-13 RvT West

    19-13 RVT West Ref: 18/06 RAAD VAN TOEZICHT WEST VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS NVM Ongepast dreigement dat fiscus wordt ingelicht. Beweerdelijk onduidelijke uitleg opdracht. Klager geeft een makelaarskantoor een veelomvattende opdracht die betrekking heeft op het saneren van kassen, eventueel te ontwikkelen bouwkavels c.q. verkregen bouwrechten en resterende bouwgrond te verkopen. Daarover wordt een speciale courtage afgesproken. Als klager na de afwikkeling van de opdracht problemen maakt over de courtage, maakt beklaagde melding van een zogenaamde fout in de overeenkomst waarvan hij zegt dat hij de fiscus daarvan op de hoogte zal stellen. De raad van toezicht acht dit drukmiddel om klager te bewegen de courtage alsnog te betalen ongepast. De raad conformeert zich aan het oordeel van de kantonrechter die klager veroordeelde tot betaling van de vordering. De provisieafspraak was helder.

    Lees meer
  • 18-02 RvT West

    18-02 RvT West 202 TAXATIE Onjuiste taxatiewaarde. Taxatie in kader van echtscheiding. In het kader van klagers echtscheiding heeft beklaagde, in opdracht van klagers ex-echtgenote, de voormalige echtelijke woning getaxeerd. Volgens klager heeft beklaagde het pand veel te laag gewaardeerd. De Raad stelt vast dat het taxatierapport van beklaagde aan de NVM maatstaven voldoet. Klager heeft niet aangetoond dat de door beklaagde getaxeerde waarde (veel) te laag is. Beklaagde heeft als redelijk en bekwaam handelend makelaar getaxeerd en de Raad verklaart de klacht ongegrond.

    Lees meer
  • 19-01 RvT West

    19-01 RvT West RAAD VAN TOEZICHT WEST Onvoldoende voorlichting aan koper. Dakkapel zonder vergunning. Beweerdelijk niet adequaat reageren op klacht. Klager koopt een appartement waarvan hem naderhand blijkt dat de dakkapel zonder vergunning is aangebracht. Het makelaarskantoor kan niet aantonen dat klager hierop is gewezen. De raad van toezicht is van oordeel dat beklaagde, nu een en ander hem bekend was, deze omstandigheid sowieso schriftelijk had moeten vastleggen. De raad acht het optreden van beklaagde nadat het de klacht had bereikt, juist. De klacht werd pas 2 jaar na dato ingediend en om na te gaan wat er toentertijd gebeurd was, moest contact worden opgenomen met de medewerkster die de zaak destijds gedaan had maar die niet meer bij het kantoor in dienst was. Er heeft vervolgens een gesprek tussen klager en het makelaarskantoor plaatsgevonden waarbij het kantoor hulp heeft aangeboden voor het vinden van een oplossing voor het probleem.

    Lees meer
  • 19-02 RvT West

    19-02 RvT West RAAD VAN TOEZICHT WEST Beweerdelijk ongepast optreden en onvoldoende beantwoording van vragen. Dreigement van niet-doorgaan transport. Klager is van mening dat makelaar-verkoper onjuist jegens hem optrad en zijn vragen onvoldoende beantwoordde. De raad kan dat niet beamen. De vragen die klager stelde lagen op het terrein van de verkoper. Dat het makelaarskantoor klager de sleutels van het appartement dat hij gekocht had maar nog niet geleverd had gekregen, niet meekreeg toen hij zich onverwacht op het kantoor aandiende, acht de raad niet klachtwaardig. Wel acht het college het onjuist dat een medewerker van beklaagde tijdens de inspectie voorafgaand aan het transport heeft gezegd dat het transport niet zou doorgaan als klager niet gehoorzaamde of woorden van dergelijke strekking.

    Lees meer